Sorteer op: Nieuwste bovenaan

Oefeningen voor voetbal -


  • De tikkers proberen een speler te tikken met hun handen
  • Nadat een speler getikt is, moet hij met zijn benen gespreid stilstaan
  • De speler kan 'bevrijd' worden als er een andere speler die niet getikt is onder de speler door kruipt
  • Na een bepaalde tijd wisselen van tikkers


Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 30-40 meter.
Breedte: 20-25 meter.

  • Stel je team op in 2 lijnen (4-5 per lijn max) – slechts 1 bal nodig.

Uitvoering:

  • Spelers nemen de bal aan en spelen deze dan naar de eerste persoon in de lijn tegenover hen. Meteen na de pass trekken ze een sprintje en sluiten ze achteraan in de lijn die ze zojuist hebben ingespeeld. Dit herhaalt zich steeds.

Kwaliteit:

  • Spelers staan allemaal op hun tenen klaar voor de pass.
  • Passes zijn helder en nauwkeurig.
  • Spelers moeten roepen als ze de bal ingespeeld willen krijgen, en ook de naam roepen aan wie zij weer passen.
  • Met het eerste balcontact brengen ze de bal onder controle, het tweede balcontact is de pass naar de andere speler.

Voortgang:

  • Pas slechts één keer raken toe.
  • Laat één lijn de bal oppakken en deze onderhand teruggooien naar de andere lijn. Zij spelen de bal dan met een volleypass terug en sluiten daarna gewoon aan in de andere rij.
  • Laat spelers de bal met hun dijbeen aan nemen en onder controle brengen waarna ze de bal over de grond terugpassen.
  • Plaats een pion 5 meter aan weerszijden van het centrale punt tussen de 2 lijnen. Na de pass moeten de spelers om de pion lopen waarna ze aansluiten in de rij.
  • Voor deze warming up zet je een gebied uit van 30 bij 40 meter.
  • Geef elke speler een nummer.

Uitvoering:

Spelers passen in numerieke volgorde: # 1 naar # 2 naar # 3 etc. terwijl ze bewegen door het uitgezette gebied.

Kwaliteit:

  • Gebruik 2-3 ballen om de snelheid en het bewustzijn te verhogen.
  • Zorg ervoor dat spelers door het hele gebied bewegen en niet alleen dicht bij de spelers blijven staan waar ze naar toe moeten passen.
  • De spelers moeten allemaal vragen om de bal als het hun beurt is en zelf de naam van de speler roepen die ze in gaan spelen.

Vooruitgang:

  • Laat spelers bijzondere acties uitvoeren bij het verrichten van een pass, bijvoorbeeld:
  • Speel de bal in de loop. De ontvangende speler moet versnellen.
  • De oneven getallen mogen slechts 1 keer raken, de even nummers 2 keer. Wissel dit af.

Voor deze leuke en interactieve voetbal warming up maak laat je de spelers een cirkel om je heen maken, zo’n 15 meter van je af. Zelf sta je dus in het midden van de cirkel.

Uitvoering:

  • Het startpunt van de spelers is hun plek in de cirkel, ze blijven “joggen” op hun plek.
  • Roep: “naar binnen” en alle spelers sprinten naar je toe tot een meter of twee van je vandaan. Daarna draaien ze om en sprinten weer snel terug naar hun plek waar ze in beweging blijven.
  • Roep: “naar buiten” en alle spelers spinten van je vandaan, totdat je “terug” roept, dan keert iedereen weer terug naar de beginpositie in de cirkel.

Kwaliteit:

  • Zorg dat spelers niet op hun platte voeten staan, maar altijd op hun tenen.
  • Spelers moeten flink zweten na deze oefening.

Vooruitgang:

  • Je kan verschillende varianten aanbrengen: sit-ups, push-ups, spring omhoog, knieën omhoog op basis positie, sprint naar rechts of links met het handhaven van de cirkelvorm.

Veldopstelling:

4 tot 6 pionnen waarlangs gedribbeld moet worden. 2 x een pion in het doel.

Spelverloop:

Speler dribbelt langs/door de pionnen en probeert in één beweging middels een hard schot (dus bovenkant voet) één van de pionnen omver te schieten.

Spelregels/tips:

  • De speler moet zelf zijn bal uit het net halen.
  • De speler moet zelf de pion rechtop zetten.
  • De speler moet zelf de bal ophalen die hij heeft misgeschoten.
  • Een andere speler mag pas beginnen als de eerste speler zijn bal heeft weggepakt.

Veldopstelling:

2 x 4 x 2 pionnen naast elkaar opstellen zodat twee straten ontstaan van pionnen.

Spelverloop:

De spelers moeten proberen exact door de pionnenstraat te passen en er daarna doorheen te sprinten achter de bal aan. Een ander speler (wit) ontvangt de bal en dribbelt naar de andere straat. Daar doet deze speler exact hetzelfde richting speler 3.

Speler 3 begint weer op dezelde plek als speler 1.

Spelregels:

  • De bal moet door de pionnenstraat heen.
  • Als je een pion raakt moet je sprinten om de pion recht op te zetten en het opnieuw proberen.
  • De bal moet langs alle pionnen gaan alvorens de ontvangende speler de bal mag aannemen.

Inhoud

  • Nr 1 geeft een lange pass/trap op nr 2
  • Nr 1 biedt zich aan voor de 1 - 2
  • Nr 2 komt in de bal en passt de bal op nr 1
  • Hij speelt hem op de binnenkant van hem
  • Speler nr 1 passt dan de bal met zijn rechter been op nr 2
  • Speler nr 1 controleert de bal of schiet rechtstreeks op het doel
  • Wanneer er van de andere kant wordt gewerkt dan het linker been gebruiken


Opbouw van de oefenvorm

  • Tweetallen één bal
  • Spelers bij nr 1 hebben balbezit
  • Na gewerkt te hebben wisselen van taak en achter aansluiten
  • Afstanden vergroten/verkleinen


Coaching

  • De bal goed strak inspelen
  • Speel de bal aan de binnenkant waardoor er met rechts gespeeld moet worden.
  • De bal zal dan naar de afwerker toekomen
  • Zorg dat spelers niet te lang stilstaan

Organisatie:

Er word 2 tegen 1 gespeeld. Als er dan nog 2 spelers over zijn spelen die 1:1 op een smaller veld.
Het 2-tal probeert te scoren op de 2 goaltjes.
Na ongeveer 8 minuten doorwisselen.
Als het 2-tal het te makkelijk heeft, kun je de 2 goaltjes dichter bij elkaar zetten.

Opmerkingen:

Door de vele 1:1 duels kun je al gauw zien of ze het goed of minder goed doen. Ga niet in de
eerste partij al aanwijzingen geven. Geef ze de kans om zichzelf te verbeteren.

Aandachtspunten:

Voorkomen dat de tegenstander op goal kan schieten.
Zo gaan staan dat je tegenstander moeilijk zijn medespeler kan aanspelen.

Veldafmetingen: 30 bij 30 meter uitgezet met vier pionnen en twee hoedjes

Uitleg voetbaltraining

In deze oefenvorm speel je vier tegen vier of vijf tegen vijf. In totaal zet je vier doeltjes neer van ieder drie meter breed. De doeltjes kun je uitzetten door middel van pionnen. Elk team verdedigd dus twee doeltjes en kan scoren in twee doeltjes.

Aandachtspunten

In deze oefenvorm is het belangrijk dat je je spelers laat zien dat ze gemakkelijk het spel kunnen verleggen, doordat er ruimte ontstaat aan de andere kant van het veld. Spelers moeten hier rekening mee houden met het kiezen van hun positie. Je hebt te maken met jonge spelers die het inzicht nog moeten ontwikkelen, hou daar rekening mee.

  • De spelers proberen, dribbelend met een bal,vanuit één van de vier vakken naar een ander vak (stadion) te dribbelen.
  • De begeleider geeft aan de spelers aan naar welk stadion er gedribbeld wordt (bv. ‘we dribbelen nu naar de Arena toe’).
  • Het dribbelen van stadion naar stadion gebeurt gezamenlijk door alle spelers.
  • De begeleider kan zelf de route van dribbelen,de grootte van de vakken en de snelheid aanpassen.


Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 30-40 meter.
Breedte: 20-25 meter.

Oefening1 LOPEN RECHT VOORUIT

Jog naar het laatste dopje. Zorg dat je jebovenlichaam rechtop houdt. Je heupen, knieën en voeten moeten een lijn vormen.Laat je knieën niet naar binnen knikken. Ren op de terugweg iets sneller. Doede oefening twee keer.

Oefening 2 LOPEN HEUP UITDRAAIEN

Jog naar het eerste dopje. Stop en breng je knievoorwaarts omhoog. Draai je knie naar buiten en zet je voet neer. Zorg dat jeje bekken horizontaal en je bovenlichaam stil houdt. De heup, knie en voet vanhet standbeen vormen samen een rechte lijn. Laat de knie van het standbeen nietnaar binnen knikken. Jog naar het volgende dopje en herhaal de oefening met hetandere been. Wanneer je klaar bent met het parcours, jog je terug. Doe deoefening twee keer.

Oefening 3 LOPEN HEUP NAAR BINNEN DRAAIEN

Jog naar het eerste dopje. Stop en breng je kniezijwaarts omhoog. Draai je knie naar binnen en zet je voet neer. Zorg dat je jebekken horizontaal en je bovenlichaam stil houdt. De heup, knie en voet van hetstandbeen vormen samen een rechte lijn. Laat de knie van het standbeen nietnaar binnen knikken. Jog naar het volgende dopje en herhaal de oefening met hetandere been. Wanneer je klaar bent met het parcours, jog je terug. Doe de oefeningtwee keer.

Oefening 4 LOPEN OM PARTNER HEEN 

Jog naar het eerste dopje. Shuffle zijwaarts, ineen hoek van 90 graden naar je partner, shuffle een hele cirkel om elkaar(zonder dat je van kijkrichting verandert) en terug naar het eerste dopje. Buigje heupen en knieën licht en verplaats je lichaamsgewicht naar de bal van jevoeten. Laat je knieën niet naar binnen knikken. Jog naar het volgende dopje enherhaal de oefening. Wanneer je klaar bent met het parcours, jog je terug. Doede oefening twee keer.

Oefening 5 LOPEN SPRINGEN MET SCHOUDERCONTACT 

Jog naar het eerste dopje. Shuffle zijwaarts, ineen hoek van 90 graden naar je partner. Spring in het midden naar elkaar toe omschouder-schoudercontact te maken. Land op beide voeten met je heupen en knieëngebogen. Laat je knieën niet naar binnen knikken. Shuffle terug naar het eerstedopje. Jog daarna naar het volgende dopje en herhaal de oefening. Wanneer jeklaar bent met het parcours, jog je terug. Doe de oefening twee keer.

Oefening 6 LOPEN ACCELEREREN EN DECELEREREN 

Ren snel naar het tweede dopje en ren vervolgensachteruit terug naar het eerste dopje; houd daarbij je heupen en knieën lichtgebogen. Ren steeds twee dopjes naar voren en één terug. Wanneer je klaar bentmet het parcours,jog je terug. Doe de 

Positispel 5x5+2 kaatsers. Er wordt positiespel gespeeld 5x5 op een helft, nadat er is samengespeeld probeert het team de bal bij de kaatser aan de andere helft te krijgen. Wanneer de andere ploeg de bal onderschept worden de rollen meteen omgedraaid. 

We spelen 1x1 met 2 kaatsers in een lang smal veld. We hebben 1 vaste verdediger, 2 vaste kaatsers en afwisselende aanvallers. De aanvaller dribbelt het veld in en probeert m.b.v. van de kaatsers in het goaltje te scoren aan de andere kant van het veld. Het accent ligt op inspelen en direct doorbewegen of juist uitzakken.

Zie filmpje:  https://www.facebook.com/devoetbaltrainer/videos/2106051272743390/

Veldopstelling:

Veld afzetten met 4 pionnen op 10 bij 10 meter.

Spelverloop:

Er worden 2 groepen gemaakt. De ene groep loopt horizontaal van links naar rechts en de andere groep van onder naar boven. Als de andere kant is bereikt moet op het fluitsignaal weer worden teruggegaan.

Spelregels:

  • Je mag geen andere speler of de bal van de speler raken.
  • Als je iemand raakt dan krijg jezelf en de speler die je raakt 1 strafpunt.
  • Je mag pas overlopen op het fluitsignaal van de trainer.

Inhoud

  • Nr 1 of keeper neemt een doelschop
  • Nr 2 neemt de bal aan
  • Nr 2 geeft een diepte pass op nr 3
  • Nr 3 speelt in op nr 4 deze komt in de bal
  • Nr 4 maakt ruimte voor de inkomende speler
  • Nr 3 speelt nr 5 aan
  • Nr 5 neemt de bal aan en scoort


Opbouw van de oefenvorm

  • Bij nr 1 twee spelers met een bal
  • Bij 2, 3 en 5 drie spelers
  • Doorschuiven van 1 naar 5
  • Bij geen keeper dan gaat 5 op doel
  • Afstanden vergroten/verkleinen
  • Inspelen op het buitenste been
  • Oogcontact en in de bal komen
  • Bij positie 4 een verdediger erbij
  • Bal over de grond en/of door de lucht
  • Bij oponthoud speler 1 de doelschop nemen


Coaching

  • Wanneer nr 1 controle over de bal heeft, dan pas in de bal komen
  • Bij nr 4 eerst weg van de bal om vervolgens in de bal te komen
  • Zorgen dat men niet tekort op elkaar komt te spelen dat is nl makkelijk te verdedigen

Organisatie:

Er word 6 tegen 5 + keeper gespeeld.
Als de partij die op de grote goal moet scoren de bal is kwijtgeraakt, moeten ze 5 doeltjes verdedigen.
Na 15 minuten wisselen van helft.

Opmerkingen:

Als de aanvallers van de driehoekjes partij de bal kwijtraken, kan dit heel snel een tegendoelpunt opleveren.
Vooral de spelers die in de competitiewedstrijden te weinig meeverdedigen kunnen deze partijvorm niet leuk vinden.

Aandachtspunten:

Op tijd de man dekken.
Niet happen.
Aan de goede kant dekken.
Houding tijdens de duels, door de knieën.