Sorteer op: Nieuwste bovenaan

Ladder lopen op hoog tempo. Kan uitgebouwd worden met links-rechts uit de ladder stappen met één of twee voeten.

Slalom om de pionnen.

Aanvalspas naar het net en shuffle schuin achteruit (3x aanvalspas en 2x shuffle).

Stap onder het net door.

Zijwaarts langs het net met hoofd onder de netrand.

Maak een duik schuin het veld over.

Loop om de pion heen en sprint over de achterlijn.

Looppas terug naar startpositie.

 

  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • creeer met 4 pionnen een virtuele lijn waar ze achter moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in het veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  
  • deze speler passt bal over het net naar de vorige speler
  • een ronde vangen voor de volgende
  • Had je de bal niet, sluit aan in de kortste rij
  • 3 a 4 spelers, 1 bal, heel veld
  • Net naar beneden en dan wedstrijdje over het net de bal slaan
  • Andere probeert te vangen
  • De bal mag 1 keer stuiteren en dan probeert de ander te vangen (mag ook direct vangen)
  • Na vangen gooien naar medespeler en weer smashen
  • Als de bal niet gevangen wordt en 'in' is heb je een punt

met deze oefening leren de spelers ''slim' te spelen. vlak over het net of juist achter in de hoeken 

uitleg is voor 6 spelers

  • rij 1 van 3 spelers met bal achter trainer
  • rij 2 van 2 spelers om aan te vallen op linksvoor
  • speler uit rij 1 duwt bal in handen trainer en speler loopt direct naar reserve positie sv
  • Trainer gooit bal op naar midvoor
  • SV vanaf midvoor de bal BH op rechts- of linksvoor spelen(als setup)
  • sv loopt direct na het spelen van de bal door naar rijtje aanvallers
  • op andere veld liggen 5 hoepels
    • 1 in alle hoeken van het veld en 1 in het midden vh veld
  • speler komt inlopen en probeert bal in hoepel te spelen
  • als dit lukt hebben SV EN SPELER een punt
  • eigen bal halen, in rijtje aangooiers gaan staan
  • in de hele oefening is het belangrijk om direct door te lopen na de speelactie
  • 3-tallen
  • 1 bij het net
  • andere 2 aan 2 kanten achterin het veld
  • B gooit bal op A
  • B onder het net door
  • A speelt de bal ONDERHANDS naar C
  • C speelt de bal ONDERHANDS naar B
  • B vangt de bal
  • B gooit de bal naar C
  • B onder het net door
  • C over het net naar A

  • rijtje spelers achter de achterllijn
  • eerste gaat op buik liggen
  • trainer staat aan aander kant van het net
  • slaat op de bal en gooit de bal
  • speler staat op en passt naar midvoor/SV
  • SV vangt af of pakt de bal en brengt deze naar de trainer
  • passer wordt SV
  • probeer hoog tempo te houden


  • zet 2 kasten neer
  • begin zo laag mogelijk (1 laag dus)
  • kasten een 'aanvalsaanloop' uit elkaar
  • leg eventueel markerings matjes neer
  • ze springen met 2 benen op de eerste kast en landen met beide handen omhoog
  • van de kast af en dan een aanvalsaanloop op de 2e kast
    • kort, lang, aansluit, afzetten.  (ritme: 1....2.3)
    • Let op:
      • afzetten met 2 benen
      • armen naar achterzwaaien tijdens grote stap
  • eindig op de kast met beide handen in de lucht (evt in de handen laten  klappen)
  • daarna 2 bloksprongen aan het net.
    • Let op zijwaartse stappen
  • daarna om pion heen en trainer gooit een duikbal
    • Let op schuiven op buik
    • Bal halen en in bak doenn
    • achteraan sluiten in rij voor springen


- C valt diagonaal aan op 3 en 4

- 1 en 2 na blok aanval

- 3 en 4 verdedigen, spelverdeler komt in

- set-up naar 1,2 of 3, aanval naar 3 verdedigers.

- deze verdedigen voor zichzelf en leggen de bal in de bak

  • Er is één tikker.
  • Ongveer 2 a 3 ballen per 6 spelers 
  • De tikker moet proberen de deelnemers zonder bal zo snel mogelijk te tikken.
  • De personen die een bal hebben kunnen niet getikt worden.
  • Zij moeten echter wel ‘sociaal’ zijn en de bal naar de persoon gooien die bijna wordt getikt!
  • Als iemand is getikt, dan wordt diegene de tikker.
  • iedereen op een lijn met de bal tussen de voeten
  • steeds springen met de bal tussen de benen
  • variant 1:
    • spring met 2 benen richting een andere lijn
  • variant 2:
    • doe 1 sprong naar voren
    • draai een halve slag
    • doe 1 sprong naar achteren
    • draai een halve slag, etc
  • variant 3:
    • zet pionnen/hoedjes neer en laat ze zigzaggen
    • zijwaarts bewegen (gezicht blijft naar voren)
  • maak er een wedstrijdje van


  • Allemaal 1 bal en via de grond tegen de muur aanslaan.
  • Sla op de bal dus pols over de bal heen klappen.
  • Denk om uitstap en beide armen de lucht in.

Behalve techniek is bij volleybal ook communicatie belangrijk. En beide aspecten gelden ook voor deze oefening. En adequaat reageren op situaties die anders verlopen dan normaal. Bij een dergelijke oefening zie je heel goed hoe verschillend spelers en in dit geval speelsters zijn.


Drie spelers stellen zich op om te gaan passen (de nummers 3, 4 en 5). Speler 2 staat klaar aan de zijkant van dezelfde speelhelft. De andere spelers staan klaar met bal om te serveren aan de andere kant.


  • Speler 1 serveert de bal (en loopt daarna gelijk naar de plek waar speler 2 al staat)
  • Een speler passt de bal. Een andere speler geeft een setup. En de derde speler speelt de bal over het net. Alle drie de spelers moeten de bal spelen, of een pass, of een setup, of een aanval.
  • Als de bal over het net is, draaien de spelers door: 2 gaat het veld in (waar 3 eerst stond) 3 gaat naar mid-achter, 4 gaat naar de plek van 5 en 5 gaat de serveer plaats van de andere helft.
  • Dan kan de volgende speler serveren, op de tekening is dat speler 8. Enz.

Nodig:

  • 4 ballen
  • 7-8 spelers
- 1 en 2 houden het net vast 
- C speelt bal in achterveld
- 1 verdedigt op 2
- 2 set-up op 1 
- 1 slaat geplaatst naar links of rechtsachter
- 3 en 4 de volgende

No image

  • gewoon overspelen met 2-tallen
  • bovenhands en onderhands
  • 2 teams, elk team heeft zijn eigen veld
  • tegenover elkaar met net er tussen.
  • de spelers gaan tegen elkaar serveren
  • als een speler een bal fout serveert (in het net, uit, enz.) moet hij aan de kant van het andere team gaan liggen
  • speler mag weer terug als een teamgenootje een bal op hem serveert
  • als een heel team op de grond ligt, heeft het andere team gewonnen
  • Rij 1 spelers klaar  om bal te spelen
  • Rij 2 spelers achter trainer met ball
    • Voorste duwt trainer bal in de hand en sluit aan in rij 1
  • Trainer gooit de bal het veld in en speler uit rij 1:
    • Rent naar de bal, laat hem 1x stuiteren, 1x OH en dan vangen
    • Rent naar de bal, laat hem 1x stuiteren, 1x BH en dan vangen
    • Rent naar de bal, laat hem 1x stuiteren, 1x OH, 1x BH en dan vangen
    • Rent naar  de bal NIET stuiteren, en raakt hem hoe dan ook : duiken dus.
  • Met bal achter aan sluiten in rij 2
  • Hoog tempo en aanpassen aan speler.

Balbaan inschatten, shuffelen, stilstaan, schouders goed en goed passen.

  • 3 spelers staan aan het net/3 meter lijn.
  • 1 afvanger
  • Trainer slaat op bal
  • spelers shuffelen naar achteren en passen naar 2/3
  • afvanger vangt af en doet bal in de bak.
  • passer naar afvanger
  • lege plek wordt opgevuld

Let in de oefeningen goed op:

  • Pass moet hoog komen zodat speler de bal 'bovenhands' kan vangen.
  • Pass naar rechts, rechtervoet voor
  • Pass naar links, linkervoet voor
  • 'Ogen' van de schouders in de speelrichting

De oefening:

  • 3 tallen met 1 bal.
  • 1 en 2 staan naast elkaar, niet te dicht bij het net.
  • 3 staat tegenover 1 achterin het veld.
  • 1 gooit rechtdoor op 3 en 3 toetst diagonaal naar 2.
  • 2 vangt af en gooit dan rechtdoor op 3 en dan toetst 3 diagonaal naar 1.
  • 3 verplaatst zich dus steeds.



  • begin bij de achterlijn (of andere lijnen kiezen)
  • 1 lijn naar voren aantikken
  • terug naar startlijn -> aantikken
  • 2 lijnen naar voren -> aantikken
  • 1 lijn terug -> aantikken
  • 2 lijnen naar voren -> aantikken
  • etc
  • A serveert naar B. 
  • B passt de bal naar de spelverdeler, die vervolgens een hoge bal in het achterveld speelt. 
  • B verdedigt deze bal terug naar de spelverdeler, die vervolgens een setup geeft voor A.
  •  A valt aan op deze setup.

Na de aanval neemt A de plek in van B en wordt B reserve. De spelverdeler blijft staan.

De buitenaanvallers gebruiken met één spelverdeler de linkerhelft van het veld. De middenaanvallers en diagonaalaanvallers gebruiken met een andere spelverdeler de rechterhelft.

Uitbreiding:

  • Na de service pakt A een tweede bal. 
  • Na de aanval van B gooit A deze bal het veld in. 
  • B speelt deze bal naar de spelverdeler, de spelverdeler geeft een setup
  • B valt nog een keer aan.


2-tallen

  • spelers staan tegen over elkaar ongeveer 2-6 meter uit elkaar (spelers bepalen de afstand)
  • speler 2 slaat de bal naar speler 1
  • speler 1 passt de bal terug
  • speler 2 geeft een set up naar speler 1
  • speler 1 slaat de bal
  • speler 2 passt de bal terug
  • speler 1 geeft setup
  • etc
speler 1speler 2
pass
setup
smash
pass 
setup
smash
etc
  • De groep verdelen in twee groepen.
  • We gebruiken twee halve velden per groep.
  • Iedereen krijgt een knijper aan zijn kniebeschermer.
  • De bedoeling is dat je zoveel mogelijk knijpers verzameld door ze af te pakken van een ander
  • De oefening is bedoeld om laag te zitten, gewicht op de voorvoeten, voetenwerk verbeteren en warm worden.
  1. Breng je handen naar de grond vanuit een rechtopstaande houding en houd hierbij je benen gestrekt.
  2. Loop in kleine stapjes met je handen vooruit tot je niet meer verder kan.
  3. Loop vervolgens met je voeten vooruit richting je handen tot je niet meer verder kan. Maak kleine pasjes waarbij je alleen je enkels gebruikt om vooruit te lopen.
  4. Herhaal deze bewegingen een aantal keer.


  • trainer gooit de bal naar middenspeler
  • Deze passt naar SV
  • SV geeft setup
  • Aanvaller speelt bal SLIM over het net
    • dus vlak obver het net
    • OF achter in het veld in de hoeken
  • OPTIE: de nieuwe spelverdeler roept HOEPEL (=fout) of GOED (= goed) na de slimme bal van de aanvaller
  • Aanvaller haal de bal en legt deze bij trainer (in de bak)
  • Iedereen draait steeds 1 plek door (loopt achter eigen bal aan)
  • Leg eventueel hoepels (= tegenstanders) neer waar ze niet moeten spelen
  • Steeds aanwijzingen geven
  • het is de  bedoeling om 3 op een rij te krijgen
  • 2 teams per spel
  • 9 hoepels in een vierkant (3x3)
  • ieder team heeft 3 lintjes, elk team zijn eiegen kleur
  • de eerste van elk team rennen naar de hoepels en leggen lintje neer
  • snel terug en de volgende AANTIKKEN
  • de eerste speler die geen lintje meer heeft (deze liggen inmiddels in het vierkant) mag een lintje verplaatsen
  • het team dat het eerst 3 op een rij heeft , heeft gewonnen

Aanvalsaanloop maken:

  • Rechtshandig:  links, rechts, links
  • Linkshandig: rechts, links, rechts

Spelers op lengte bij elkaar

  • aan een kant het net lager
  • speler gooit bal naar  trainer
  • trainer houdt bal omhoog
  • spelers slaan de bal uit de hand van de trainer
  • blijf aan eigen kant van het net

let op aanloop, niet op mooie bal

  • springen doe je met je armen!
  • slaan doe je met je buik!
  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • 1 SV
  • creeer met 3 pionnen een virtuele lijn waar ze moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in hett veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  en speelt de bal naar SV
  • Deze woordt nieuwe SV
  • SV pakt bal en doet bal in ballenbak
  • SV sluit aan in een van de rijen


* Je verdeeld je spelers in 2 tallen.

* Per tweetal 1 Bal

* Een van het tweetal staat aan het net voor een blokkade te maken.

* de andere speler staat aan de overkant van het net met een bal. de speler staat op de driemeterlijn en gooit de bal net over het net.

* De speler die aan het net de blokkade maakt probeert de bal te blokkeren.

* 20 ballen en dan wisselen van taak.

  • 2 rijen
  • net ertussen
  • heel klein veld maken 
  • het is de bedoeling alle andere spelers fouten te laten maken
  • om spel te starten 1e bal makkelijk!
  • alle volgende mogen dus zo moeilijk mogelijk zijn
  • als bal goed gaat, sluit speler weer achteraan de rij 
  • als bal fout gaat (ook in en uit telt) moet speler ernaast
  • totdat er 1 overblijft
  • leg in elk veld op een willekeurige plek een mat.
  • Aan 2 kanten staat een groepje om te serveren.
  • Serveer op de mat.
  • Dan loop je achter je bal aan en sluit je aan de overkant aan in de rij.
  • Wie heeft de mat het meeste geraakt?
  • Spelers moeten proberen zo dicht mogelijk bij de achterlijn te staan, maar als het niet lukt mogen ze dichter bij het net gaan staan
  • 2 tallen,
    • 1 met bal aan het net, 
    • 1 zonder bal achter achterlijn plat op buik.
  • Aanvaller geeft klap op bal, verdediger verdedigd op 7meterlijn,
    • daarna korte bal op 3meterlijn.
  • speler 1 bij het net midvoor
  • aantal; spelers op midachter met bal
  • rijtje spelers op links (of rechts) voor
  • 2 korfen als onstakel/blok aan andere kant van het net
  • 2 spelers als verdediging aan aandere kant van het net
  • speler met bal gooit op midvoor
  • midvoor zet HOOG op
  • links voor valt aan
  • als slaan niet lukt: SLIM over het net spelen
  • als bal op de grond komt in het veld heb je een punt
  • verdedigers proberen dit te voorkomen.
  • idereen draait steeds door
    • aangooier wordt spelverdeler
    • spelverdeler sluit aan in rij aanvallers
    • aanvaller gaat onder het net door en wordt 1e verdediger
    • 2e verdediger pakt bal, loopt onder net door en sluit in rij met aangooiers


  1. Strek je armen uit naar de zijkanten met je vuisten gebald en je duimen omhoog.
  2. Buig voorover met je linkerbeen gestrekt tot je bovenlichaam volledig horizontaal is terwijl je op je rechtervoet balanceert. Beweeg je linkerbeen en je bovenlichaam als één geheel.
  3. Doe hetzelfde met je rechterbeen terwijl je op je linkervoet balanceert.
  4. Herhaal deze bewegingen een aantal keer, afwisselend met je linker- en je rechterbeen.


  • 3 mensen in het achterveld, 
  • de trainer staat bij het net 
  • en de bal moet naar de trainer gespeeld worden.
    • Bovenhands, 
    • onderhands, 
    • kort, 
    • diep achterin, 
    • harde ballen 
    • en zachte ballen.
  • De bal mag in 2x gespeeld worden. 
  • Rijtje spelers A  (+- 4 spelers) in midden van het veld met een bal
  • Speler 1 staat op midvoor goed aangegooid door eerste speler uit rij A
  • Speler 1 speelt bal Bovenhands in de korf
    • inveren ellebogen
    • uitstrekken ellebogen en bal nawijzen 
  • Speler bij de korf vangt af en gaat in de rij A staan.


  • Rustige looppas naar de andere kant van de zaal. 
  • 1 speler geeft aan dmv een “Ja” dat de andere spelers een opdracht moeten uitvoeren
  • Een andere speler geeft op de terugweg de opdrachten. 
  • De opdrachten zijn:
    • Grond aan tikken
    • Rondje om eigen as draaien
    • Opspringen
    • Achteruitlopen
    • Hakkenbil (6 keer)


  • Ophanden en voeten, bij het commando achteruit op handen en voeten
  • Start met korte dribbelpas (tripplings) tot aan veld 2, dan door naar knie hef(hoge tripplings), tot aan veld drie, dan huppel en streksprong (uitstrekken van het lichaam). Denk aan armen!!--> 2 keer heen en terug
  • Squats met armzwaai, buig door de knieën (gewicht naar achter alsof je op een stoel zit) zwaai met de armen naar onder en zodra je weer met de armen op komt, komt het lichaam ook weer omhoog tot op de tenen.--> 10 keer tempo, 10 keer rustig, 5 keer super traag
  • Handwalk. Zet de hand plat op de grond en loop ze ver als je kan met je handen naar voor, teruglopen met de handen tot onder de schouder, opdrukken daarna met de voeten naar de handen lopen

  • A serveert op B
  • B speelt in C
  • C set up en B speelt over net
  • Loop achter eigen bal aan


  • In 2-tallen met 1 bal en met het net ertussen.
  • Op 3 meter lijn en rustig naar elkaar toe serveren.
  • Opgooi en concentratie.
  • Idem maar afstand vergroten.
  • Gaat dat goed dan nog een keer afstand vergroten
  1. gooien - onderhands
    • 2 tallen met 1 bal.
    • speler bij het net gooit bal naar andere speler die speelt onderhands terug
    • na 15x wisselen
  2. gooien - zijwaarts - onderhands
    • Idem alleen nu wordt de bal links en rechts van speler gegooid en speler verplaatst zich om de pion.
    • na 20x wisselen.


  • let op plank
  • en juiste voet voor

  • Trainer gooit de bal naar spelverdeler
  • Sv geeft set up naar Aanvaller
  • A moet slaan
  • Blok moet goed gezet worden door de buiten en midden sluit aan
  • V verdedigt de bal
  • Na 10 keer draaien
  • 2 kanten verdelen over 3 meterlijn, 
  • bal over net gooien naar volgende, 
  • nadat op gegooid hebt, 
  • achterlijn aantikken en weer op je positie staan. 
  • Na paar minuten bovenhands spelen, daarna onderarms. 
  • Na verloop van tijd, zelf positie kiezen, wel steeds naar zelfde persoon blijven spelen.

loop van ene kant van de zaal naar de andere kant

eerst op de plaats, dan lopen

  • hakken billen
  • knie heffen
    • linkerknie omhoog linkerarm omhoog (en rechter hetzelfde)
    • linkerknie omhoog rechterarm omhoog (en andersom)
  • loop zijwaarts
  • eindigen met 2x sprint
  • Aanvals aanloop bij het net oefenen dmv markerings matjes  op de grond.
  • Ieder kind heeft een pittenzakje/tennisbal in de hand en geeft die in de lucht over in de andere hand.
  • Pittenzakje over het net, naar beneden gooien
    • dus goed met 2 handen omhoog gaan
  • SPRINGEN DOE JE MET JE ARMEN
  • Oefening bh. 
  • Overspelen. 1 of 2x voor jezelf, dan omdraaien en achterover spelen. 
  • Dicht bij elkaar staan. 
  • Gaat om beheersing
  • Trainer gooit aan vanaf het net:
    • 3 tallen op de achterlijn op de buik
  • Trainer geeft klap op bal, 3 speelsters staan op en trainer valt aaneen van het drietal verdedigt, nr. 2 setup en nr. 3 valt aan
    • daarna volgende 3-tal
  • 2-2 of 3-3 (eventueel  op 2 velden)
  • er is een winnersveld en een instapveld
  • wie wint gaat naar het winnersveld
  • verliezers stappen uit
  • nieuw team komt op instap veld
  • je kunt alleen een punt scoren in winnersveld
  • spelers serveren
  • trainers lopen rond met een bal en gooien random ballen naar spelers
  • zodra speler geserveerd heeft moet deze klaar staan om een event5uele bal van een trainer te verwerken.
  • gaat hier alleen maar ok direct klaar staan na de service

4 geeft setup op 1 en 1 valt aan op 2. 2 verdedigd naar 3, 3 geeft setup op 2 en 2 valt aan op 1, 1 verdedigt op 4 en het begint weer op nieuw. 

Nadat 3 en 4 5 setups hebben gegeven wordt er gewisseld, de uitdaging is dit te doen terwijl de bal in het spel blijft.

  • 2 teams met iedereen een bal.
  • Na startsein worden er 3 extra ballen in het veld gegooid.
  • Alleen maar BH serveren.
  • Als de tijd stopt laat IEDEREEN ALLE ballen los
  • Wie de  MINSTE ballen op zijn eigen helft heeft, heeft gewonnen!
  • De spelers staan naast elkaar op de achterlijn
  • Vanuit de verdedigingshouding wordt één stap naar voren gezet,
    • en wordt het bovenlichaam zo laag mogelijk naar voren bewogen. 
    • Het vooruitgestoken been moet gebogen worden zodat het lichaam laag blijft. 
    • Ondertussen blijven de armen gestrekt naar voren wijzen. 
    • Als het achterwerk van de speler voorbij de voorste voet komt, zal de speler voorover vallen en worden de armen naast elkaar op de grond geplaatst om de val op te vangen. 
  • Terwijl de handen op de vloer staan moet de rug hol getrokken worden en beweegt het lichaam nog iets verder naar voren. 
  • De bedoeling is dat de buik het eerst de grond raakt.
  • Hierna gaat de speler weer staan op de plaats waar hij geland is, en herhaalt de oefening, totdat het net bereikt is. 
  • Meestal lukt dit wel in 2 of 3 duiken.

3 tallen A B C

  • A speelt BH naar B
  • B speelt BH achterwaarts naar C
    • bij achterwaarts staan de ellebogen wel naar buiten
  • C speelt BH naar B
    • c moet goed vanuit de knieen spelen en uitstrekken
  • na 10x 1 plek doordraaien


  • Besteed veel aandacht aan de volgende accenten:
    • Let op bij spelen dat speler geheel uitstrekt en bal 'achterna' wijst.
    • En bij speler die achterover speelt de ellebogen goed UIT elkaar doet en ook goed uitstrekt naar achteren
- 2 teams achter de driemeter
- verdedigen, set-up en driemeter aanval
- nadat je de bal gespeeld hebt, sprintje naar net

VARIATIE:  i.p.v. sprint:  blok bij het net, duik naar achterlijn & aanvalssprong

Deze oefening is leuk om te doen en geeft een hoop lol en competitie! Estafettes in het algemeen zorgen natuurlijk al voor competitie.

Wat deze oefening ook wil nabootsen is de stressfactor die een service met zich meebrengt.


De spelers worden in gelijke teams verdeeld en in rijtjes opgesteld op de serveerplaats van dezelfde speelhelft. De eerste speler van een team serveert en haalt zelf zijn bal op. Nadat de volgende speler is aangetikt, gaat deze serveren, enz.


Het is zaak voor een speler om snel te serveren, maar het moet ook foutloos, want anders moet de bal worden opgehaald en moet opnieuw worden geserveerd!


Als de teams klein zijn, dan is het wel leuk om iedereen twee of drie keer te laten serveren.


Nodig:

  • Minimaal 6 spelers
  • Evenveel ballen als er teams zijn

Klik hier voor de betekenis van de symbolen.

  • 2 tallen met net ertussen en 1 bal.
  • Laatste 2 passen van aanvalsaanloop (grote stap + aansluitstap) doen
  • Bal opgooien met beide armen
  • En bal onder het net door slaan 
    • 1 hand wijst naar de bal
    • de andere hand slaat
    • klap pols om de bal heen
  • De ander vangt de bal en doe hetzelfde.
  • 3 tallen 1 bal.
  • A en B staan bij het net en C staat tegenover A op de achterlijn.
  • A gooit bal naar C, C toetst diagonaal naar B, B vangt af.
  •  Ondertussen verplaatst A zich tegenover B en dan toetst A de bal naar C.
  • Na 20 x passen doordraaien 


Deze oefening gaat ervan uit dat de spelers weten waar ze moeten staan en welke zone voor hun is. Leg dit dus goed uit van te voren

  • Spelers staan in juiste zone
  • Trainer serveert/gooit de bal
  • Na elke service doordraaien.
  • Pas serveren als zij vinden dat ze goed staan
    • ook serveren als ze niet goed staan en dan dus juist op de ongedekte positie serveren
  • Ze moeten elkaar corrigeren waar ze moeten staan.
  • Gooi af en toe een bal in moeilijke zone. Voor wie was deze bal?
  • Gaat dus om herkennen eigen zone. Wie pakt welke bal . Los roepen bij twijfel etc
  • Maak duidelijke afspraken van te voren!
  • Twee ploegen staan verspreid in het veld. (1 ploeg heeft lintjes)
  • Het is de bedoeling dat een ploeg de bal 10 keer zonder onderbreking bij haar eigen spelers kan laten passeren, zonder dat de bal valt, of in de handen van de tegenpartij komt.
  • Als speler B de bal van speler A krijgt, dan mag hij die niet terug naar A gooien.
  • Er mag niet gelopen worden met de bal in de hand.
  • Men mag ook niet de bal uit de handen slaan.
  • Doorgeven van de bal mag ook niet.
  • Als de bal valt of in de handen van de tegenpartij terechtkomt, dan herbegint het tellen bij nul.
  • Als het 10x gelukt is heeft de ploeg een punt.
  • 3x heen en weer lopen in loperspas naar het net
  • 3x heen en weer lopen in loperspas naar het net, tijdens het lopen je armen zwaaien
  • 3x heen en weer lopen in kruispas naar het net (armen mee zwaaien)
  • 3x heen en weer zijwaarts naar het net (armen mee zwaaien)

In tweetallen, met gezicht naar elkaar toe, starten bij de pion. Op commando zijwaarts verplaatsen naar de zijlijn. Elk een andere kant op starten. Terug naar de andere zijlijn en terug naar de pion. Wie het eerst de pion aantikt. Gelijk start volgende tweetal. Zorgen voor wisseling in de tweetallen.

Bij meer dan 9 spelers dubbel uitzetten. (Ook geschikt om zelfstandig uit te voeren om ondertussen een volgende oefening uit te zetten).

  • De spelers beginnen met het overgooien van de bal.
  • Na het gooien van de bal loopt elke speler om de pion naar de overkant.
  • Eén van de spelers bepaalt vervolgens hoe er overgespeeld wordt en op welke manier de spelers zich om de pion verplaatsen.
  • De andere spelers doen deze speler na.

Diagram van de volleybaloefening 'Om de pion'

Met tweetallen de bal overgooien in combinatie met lichaam balans.

  • Staan op 1 been.
    • Gooien met 1 hand
    • Gooien met 2 handen
    • Na opvangen grond aantikken met de bal
  • Steeds na elke 5 ballen van been wisselen per oefening

Nu overgooien:

  • met 2 handen vanuit de nek, via een stuit naar de ander
  • met 1 hand. hard en strak gooien
  • nu met andere hand

  • trainer (1) gooit bal naar SV (2)
  • SV:
    • geeft bh setup OF
    • gooit met BH vanggooit beweging
  • Speler (3) smasht of speelt bal op (4) of (5) om te winnen!
  • (4) of (5) passen Midvoor (evt lintje in het net hangen)
    • 6 of 7 komt inlopen
    • 4 of 5 draait mee
  • als bal over het net is, snel weer terug naar positie
  • diegene die 5 keer de bal goed heeft aangevallen, wisselt met iemand in verdedigingsvak

Drie mensen op de achterlijn met hun rug naar het net toe. Als de trainer ja roept moeten ze gaan rennen en de bal in drieën zien te spelen. 

het is de bedoeling om met zijn 2-en de bal van de ene lijn naar de andere lijn te brengen

  • bal mag alleeen worden aangeraakt met de voeten
  • als je de bal tussen je voeten hebt, mag je alleen draaien, dus niet schuiven
  • eerste begint op de eerste lijn met bal achter de lijn
  • wie legt  de bal as eerste aan de overkant (niet rollen over de lijn dus)

Cyclus van Core stability oefeningen. Plankje, zijwaarts plankje, superman, staande superman.

- rij aanvallers en blokkeerders op de 3 -meterlijn

- C speelt rallybal op de aanvaller 1

- blokkeerder 4 gaat naar het net

- 1 pass op S en roept waar hij de set-up wil

   (links, midden of rechts)

- blokkeerder volgt de aanvaller en blokkeert

- aanvaller haalt de bal, aansluiten achter je eigen rij

- als de aanvallers 10 x scoren wisselen de aanvaller

   en blokkeerders


zet 2 of 3 rijen neer van 2 banken achter elkaar (in de lengte dus)

spelers lopen achter elkaar op de bank in rustig tempo

oefening 1

  • met links op de bank staan
  • door de linker knie zakken
  • rechterbeen van achter naar voren langs de bank halen
  • linkerbeen tijdens deze beweging strekken
  • zelfde met rechterbeen op de bank

oefening 2

  • 1 been op de bank, 1 been op de grond
  • omhoog springen
  • armen goed zwaaien van achter naar zo hoog mogelijk,  in de sprong
  • landen met andere been op de bank

oefening 3

  • beide benen naast de bank (bank tussen de benen)
  • met beide benen op de bank springen
  • armen goed zwaaien van achter naar zo hoog mogelijk,  in de sprong
  • en weer van de bank af stappen

oefening 4

  • beide benen aan een kant naast de bank
  • met beide benen OP de bank springen
  • armen goed zwaaien van achter naar zo hoog mogelijk,  in de sprong
  • en weer van de bank af stappen

oefening 5

  • beide benen aan een kant naast de bank
  • met beide benen OVER de bank springen
  • armen goed zwaaien van achter naar zo hoog mogelijk,  in de sprong


zie https://www.youtube.com/watch?v=pxXBp03Szdc

2 velden, 2 teams van minimaal 6 spelers per team.


Per veld

  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • Creeer met 3 pionnen een virtuele lijn waar ze moeten staan
  • Trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in het veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  en speelt de bal naar midvoor
  • De andere speler vangt de bal. Het liefst op de midvoorpositie.
  • De vanger legt de bal in de bak bij de trainer
  • Beide spelers sluiten achter ind e rij aan
  • Team scoort als volgt punten per bal
    • 1 punt als er LOS geroepen wordt en gespeeld wordt door speler die LOS roept
    • 1 punt als de bal door 2e speler gevangen wordt
    • 1 punt als de bal op midvoor gespeeld wordt
    • 25 punten per set
  • Trainers zijn scheidsrechter van eigen team en streng met punten geven
  • Om zorgvulldigheid te bewaren, gooien beide trainers op beide velden tegelijk


  • iedereen speelt individueel bal BH tegen muur
  • let op techniek van de handen
  • ze leren controle over de bal
  • als het kan geef dan een hoogte aan (nethoogte + beetje) waar de bal ongeveer de muur raken

extra uitdaging:

  • 'schrijf' een woord op de muur met de bal. (ongeveer 5-7 letters)

Twee teams. We spelen een wedstrijdje binnen de 3 m. Wanneer je de bal hebt aangeraakt, moet je naar de achterlijn rennen om de lijn aan te tikken.  

  • iedereen dribbelt door de zaal
  • links, rechts
  • idem, maar nu mag je de bal bij iemand anders wegslaan
  • als je de bal kwijt bent 2x in korf gooien

Partijtje, het team dat aanstaande zaterdag moet spelen speelt tegen de rest.

  • rijtje spelers bij de trainer
  • voorste duwt bal in henaden trainer 
  • speler gaat in rij links of rechts staan
  • spelers kunnen BH en/of OH spelenn
  • gaat om SPELEN en DIRECT actie

Als de oefening goed loopt:

  • dan kan de ontvanger bij het net de bal nog bh langs het net spelen
  • ook weer achter eigen bal aanlopen
  • ontvanger vangt bal en sluit aan in rij bij trainer
  • Net eventueel iets lager
  • serveer met 2 tallen rustig naar elkaar toe.
  • de ander probeert de oh te spelen en dan vangen, en daarna dus serveren
  • let op juiste voet voor (lb voor bij rh, vice versa)
  • eerst rechtdoor serveren, eventueel ook diagonaal laten staan
  • concentreer op service (bal 2x stuiteren)
  • Speel partijtje met zoveel mogelijk eigen teams
  • let goed op spelregels:
    • BONUSPUNT : als er in 3-en gespeeld wordt
    • maar mag dus ook in 1 of 2x als het niet anders kan
    • STIMULEER dus 3x spelen
  • Eventueel 3e team gaat tegen 1 of 2 trainers
    • pas spelregels voor trainers zodanig aan dat enigzins gelijkwaardig is
    • bv trainers moeten in 3-en

Gooi bal voor jezelf op en smash over het net. Je maatje vangt de bal of toetst de bal voor zichzelf omhoog.

Zie afbeelding. Elk 3 tal 2 ballen. 2 spelers aan het net aantal meter uit elkaar, andere speler in achterveld.

  • Oefening 1: Spelers gooien in tempo om beurten, speler in het achterveld speelt de bal onderhands terug.
  • Oefeninig 2: Eerste bal komt diep, 2e bal komt kort
  • Oefening 3: Aangooiers gaan een beetje verder uit elkaar staan en gooien rechtdoor: speler met bal aan de zijlijn gooit diep, andere kort. 


Na x-aantal ballen of na bepaalde tijd wisselen van plaats.

  • Rij 1 spelers klaar  om bal te stoppen
  • Rij 2 spelers achter trainer met bal
    • Voorste duwt trainer bal in de hand en sluit aan in rij 1
  • Trainer rolt bal en speler uit rij 1:
    • Stopt de bal met rechterhand
    • Stopt de bal met linkerhand
    • Stopt de bal met de voet
    • Rent erom heen en gaat voor de bal zitten en bal tussen de benen laten rollen
    • Rent er om heen en gaat voor de bal liggen en houdt de bal stil met gestrekte armen
  • Hoog tempo!
  • Allemaal 1 bal en via de grond tegen de muur aanslaan.
  • Sla op de bal dus pols over de bal heen klappen.
  • Denk om uitstap en beide armen de lucht in.
  • Net schuin ivm verschillende lengte kinderen.
  • Liefst groepen maken met even grote kinderen.
  • Trainer heeft bal in de hand en speler slaat bal uit handen.
  • Hoe ze slaan maakt niet uit, je let op aanloop!

* Verdeeld het team in twee rijtjes.

* De rijtjes worden naast elkaar op de 3 meterlijn gevormd.

* De eerste van elk rijtje loopt naar het net en maakt zo synchroon mogelijk een blokkade met de eerste van het andere rijtje.

* De twee gaan ieder de andere buiten kant en sluiten daar aan om een blokkade te maken met de speler die daar wacht.

* de speler die op de buiten positie staat sluit achter aan in het rijtje.

* de speler die vanuit de middenpositie kwam positioneert zichzelf op de buiten positie en maakt met de volgende speler vanuit het midden een blokkade.


speel de bal bovenhands(achtig)

  • houd te allen tijde de handen BOVEN het hoofd
  • vang de bal
  • armen 'inveren'
  • en recht omhoog gooien/spelen door armen te strekken
  • etc
  • Maak groepen van 6-8 spelers
  • Zet de spelers aan een kant van het net. Dit is de vrije kant
  • Aan de andere kant van het net wijs je een vak aan. Dat is de gevangenis
  • Er begint 1 speler in de gevangenis
  • De trainer gooit de bal (als set up) 
  • Spelers aan de goede kant van het net smashen/spelen deze bal in de gevangenis en op de grond


  • Als dit lukt:
    • speler hoeft niet naar de gevangenis en mag aan de vrije kant blijven
  • Als dit niet lukt:
    • speler moet naar de gevangenis


  • Een speler die in de gevangenis zit kan hieruit komen door:
    1. makkelijke variant: de bal te vangen.  
      • vrije speler moet IN de gevangenis, vanger mag ERUIT
    2. moeilijke variant: de bal te passen en een andere speler uit gevangenis de bal te vangen
      • vrije speler moet IN de gevangenis en de  passer mag UIT de gevangenis

opmerking:

  • maak niet te grote groepen
  • Rijtje aanvallers op buiten, 
  • nr 2 gooit bal naar SV
  • nr 1 aanval op buiten, waarbij er goed op de aanloop wordt gelet
  • Daarna rijtje aanvallers op midden
  • om en om rechts - links hoedjes neerleggen
  • spelers moeten dus zijwaarts en voorwaarts  bewegen 
  • elk hoedje aantikken
  • achterwaarts terug
  • eerst rustig aan
  • eindigen met estafette


  1. met zijn 2-en. 1 werkt ander heeft rust
    • bank op en af met 2 benen tegelijk (3x 20 - als het lukt)
    • bank op en af, om en om links rechts (3x 20)
  2. Opdrukken, denk er om dat ze hun rug recht hebben 
  3. Buikspier:
    • bal in de handen, benen omhoog en met bal de tenen proberen aan te raken (30x)
    • bal links en rechts vh lichaam op de grond plaatsen met gestrekte armen (beide 30x)
  4. Tussen 2 lijnen staan en LAAG verplaatsen en zijlijnen aan tikken 
  1. Neem een stap naar rechts vanuit een rechtopstaande houding, waarbij je voeten (en de rest van je lichaam) vooruit blijven wijzen.
  2. Zak omlaag met je bovenlichaam rechtop en je gewicht op je rechtervoet. Zak zo laag mogelijk en houd daarbij je linkerbeen gestrekt en je voeten plat op de vloer.
  3. Voer dezelfde beweging uit met je linkerbeen.
  4. Herhaal deze bewegingen een aantal keer.

Meestal laat men zijn armen langs zijn lichaam hangen of strekt ze boven zijn hoofd.
Sommige volleyballers voeren deze oefening uit met hun armen vooruit gestrekt alsof ze een bal onderhands gaan spelen.

Op startsignaal sprinten speelsters naar 3m lijn, tikken aan en shufflen achterwaarts terug naar achterlijn.

loop van ene kant van de zaal naar de andere kant

eerst op de plaats, dan lopen

  • loop zijwaarts
  • hakken billen
  • knie heffen
  • eindigen met 2x sprint
  • Watten estafette:
  • 2 (of meer) groepen die tegen elkaar strijden.
  • Voor elke groep ligt er een watje en die moet dmv een duik en 1x blazen van de ene zijlijn naar de andere worden gebracht.
  • Je mag starten zodra diegene voor je op zijn buik ligt.

  • Maak drietallen
  • Elk drietal één bal.
  • Speler in het midden rent telkens een 8. Telkens als deze speler in het midden komt wordt er een bal gegooid:
    • A gooit (of speelt bovenhands) de bal naar B (in het midden)
    • B speelt de bal onderhands terug naar A en rent daarna een rondje rondom A tot hij weer in het midden staat.
    • A speelt ondertussen de bal bovenhands naar C.
    • C speelt de bal bovenhands weer naar B.
    • B speelt de bal onderhands terug naar C en rent daarna een rondje rondom C tot hij weer in het midden staat.
    • Enz.
  • Na 2-3 minuten wisselt de speler in het midden. 


Variatie: 

  • Om het eenvoudiger te maken kan speler A en C ook laten gooien i.p.v. bovenhands spelen. Kan onderhands gooien/vangen als ook bovenhands gooien/vangen zijn.
  • Om het stil staan met spelen/gooien te oefenen, kan men ook speler B onderhands laten gooien en vangen.  

  •  1 serveert naar 2 
  • 2 pass naar S en set-up achterover naar 3
  • 3 aanval rechtdoor
  • 1 gaat na de opslag verdedigen op pos 5
  • Doordraaien: 6 nieuwe passer,1 gaat passen, 2 gaat aanvallen en 3 gaat opslaan .


VARIATIE:
  • met 1 blok
  • bij slechte pass , trainer gooit bal naar spelverdeler
  • 2 tegen 2 half veld (of iets groter dan de helft)
  • Veld 1 serveert
  • Als je scoort ga je naar veld 2
  • Je moet in 3-en spelen
  • Scoort veld 2 dan mag die blijven staan en sluit de serverende partij weer achter in de groep aan.
  • Wie blijft staan op veld 2 heeft een punt
  • Diegene die NIET toetst (LOS ROEPEN) moet dus OP TIJD naar het net lopen
  • Liefst 4 teams van 2 maar dat hangt van de grote van de groep af.
  • Anders op 2 velden (minimaal 3 teams per veld)
  • spelers in bepaalde positie, trainer roept START en spelers sprinten 3 a 4 passen naar een lijn/net
    • spelers in 'atletiekstart'positie
    • spelers op hun buik met hoofd in looprichting
    • spelers op buik met voeten in looprichting
    • spelers op hun buik met dominante hand gestrekt vooruit
      • bij start rollen ze naar dominante kant 1x om,  opstaan en sprint
  • 2-2 
  • Speel alles in 3-en
    • vang gooi OH (pass)
      • gestrekte armen
    • vang gooi BH (setup)
      • hou de bal BOVEN je hoofd
      • wijs de bal na met gestrekte armen
    • BH over het net
      • strek alle gewrichten
  • Over het net gespeeld of gegooid:
    • wissel van plek
    • draai om elkaar heen, terug naar je eigen plek
    • tik allebei een pion aan (bij de net palen)
    • op grond liggen , de ander eroverheen
  • Eerst samenwerken (op welk veld gaat het eerst 7x achter elkaar goed)
  • dan tegen elkaar (wie heeft het eerst 5 punten -  of 5 minuten) 


Elke speler heeft een bal en dribbelt (steeds recht-links)  door de zaal.

Op teken van Trainer

  • Bal omhoog gooien, knie contact, vangen
  • Bal omhoog gooien, koppen, vangen
  • Bal omhoog gooien, toetsen, vangen
  • Bal omhoog gooien, toetsen, koppen, vangen
  • Bal omhoog gooien, toetsen, bovenhands, toetsen, vangen

Varianten

  • Bal omhoog gooien, rechter schouder, vangen
  • Bal omhoog gooien, linker schouder, vangen
  • Bal omhoog gooien, rechter schouder, linker schouder, vangen

Twee teams. De teams moeten de bal onderhands over het net heen spelen. Speler 1 van elk team staat in het veld, wanneer er een speler gespeeld heeft moet diegene naar de achterlijn rennen en dan pas mag de volgende in het veld gaan staan.

Het team opdelen in twee groepen. Aan beide kanten staat een trainer/aangooier. 3 à 4 staan te verdedigen. Zodra de bal op de grond valt, mogen de andere speelsters. 

  • 2 spelers, beide hebben een eigen bal
  • 1 van de 2 spelers is de baas, de ander de volger (dit draait later om)
  • Je begint eenvoudig en kunt het later uitbreiden met allerlei moeilijkheden
  1. Als de 'baas' de bal met stuit gooit naar de volger, gooit de volger de bal op borsthoogte naar de baas
  2. Als de baas de bal op borsthoogte gooit, gooit de volger de bal met een stuit
  3. Moeilijker: als de baas de bal neerlegt, legt de volger de bal ook neer en lopen beide naar de ander zijn bal, baas gooit weer stuit- of borstbal etc
  4. Moeilijker: als de baas de bal moet een hoge boog gooit dan:
    • gooit de volger zijn eigen bal eerst in de lucht
    • vangt de bal van de baas
    • gooit deze direct weer terug
    • vangt zijn eigen bal
  • wissel na verloop van tijd alle bazen en volgers
  • leg de mat neer
  • rijtje spelers ver van de mat
  • spelers lopen op de mat af en duiken op de buik op de mat
  • hoog tempo, maar let op veiligheid, dat ze niet op elkaar duiken

nu met bal

  • trainer staat naast de mat
  • rijtje spelers met bal bij de trainer
  • speler drukt bal in handen trainer en sluit aan bij de andere rij voor de mat
  • speler uit andere rijtje loopt op mat af 
  • trainer gooit de bal op
  • speler duikt en vangt de bal
  • pakt eigen bal en sluit aan bij rijtje trainer

nu met onderhands spelen

  • trainer1 staat naast de mat
  • 1 rij spelers voor de mat
  • 1 speler achter de mat om bal op te vangen
  • 1 rij rij spelers met bal bij de trainer1
  • speler drukt bal in handen trainer1 en sluit aan bij de andere rij voor de mat
  • speler uit andere rijtje loopt op mat af 
  • trainer1 gooit de bal op
  • speler duikt en speelt de bal de bal naar trainer2
  • trainer2 geeft bal aan speler
  • speler sluit aan met bal bij trainer1

  • Speler A gooit/slaat de bal richting speler C. 
  • Speler C passt de bal naar speler B. 
  • Speler B zet de bal op. 
  • Speler C valt aan. 


Doel: 3e bal proberen te aan te vallen/spelen op de matten (rechtdoor of diagonaal). 

Na elke bal een plaats schuiven in eigen groepje. 

Uitbreiding: Bij voldoende spelers zou men er ook voor kunnen kiezen om een blok te plaatsen.

  • 2x rennen
  • 2x zijwaarts
  • 2x kruispas
  • 2x hakken-billen
  • 2x knieheffen
  • 10/15 tellen buikspieren/armspieren
  • 20 sit-ups
  • 10 pus-ups
  • 2 tallen met 1 bal. 
  • Met 1 arm overspelen en steeds een stuit er tussen. 
  • Links en rechts afwisselen. 
  • Let er op dat ze goed mee draaien met het lichaam, net als tennis.
  1. Ga plat op je buik op de grond liggen en strek je armen naar de zijkanten.
  2. Breng je rechtervoet naar je linkerhand en houd daarbij je bovenlichaam, armen en linkerheup in contact met de vloer.
  3. Ga terug naar de uitgangspositie en breng vervolgens je linkervoet naar je rechterhand.
  4. Herhaal deze bewegingen een aantal keer.


  • groepje van 4-6
  • kies van te voren een woord van +- 6 a 7 letters (bv serveren)
  • eerste serveert op een plek in het veld
    • eventueel een aantal matten of hoepels neerleggen
  • de anderen moeten op dezelfde plek serveren
    • 1e doet ook gewoon mee
  • lukt dit niet dan krijgen ze een letter
  • als je het hele woord hebt ben je af
    • eventueel bh tegen de muur spelen oid
  • opnieuw met iemand anders als eerste
  • 2 tallen rustig naar elkaar toe serveren.
  • Opgooi is belangrijk dus concentratie!
  • de trainer staat aan het net. 
  • 1 persoon in het veld. 
  • de trainer gooit moeilijke ballen 
  • de persoon in het veld moet ze de ballen 3 keer achter elkaar aanraken. 
  • doet hij/zij dit niet ga je door tot het hem/haar is gelukt. 
  • de rest van de spelers staan om het veld heen om de ballen af te vangen en in terug te leggen in de kar.

Image

 Als je de tegenstander onder druk zet met je service en aanval, dan komen de ballen makkelijk over het net. Het is dan een must om deze ballen goed te verwerken en weer (snel) een aanval op te zetten. Precisie is dan ook van het hoogste belang.De verantwoordelijkheden moeten duidelijk zijn en moeten ook worden genomen door de speelsters. Het moet dus duidelijk zijn voor wie de makkelijke bal is en wie deze dus passt. De plek waarnaar de bal gepasst wordt moet ook duidelijk zijn.
De snelheid van de rallypass is ook van belang. Vooral als de spelverdeelster voor is, kun je de bal wat sneller naar het net passen. Dichter bij het net zul je de bal wat hoger passen, zodat iedereen tijd heeft om zich gereed te maken voor de aanval.
De oefening:
Coacht gooit bal in op het zestal. Deze bouwen een aanval op.
Het zestal moet uit de rallypass scoren. Het viertal moet dit beletten door de bal te blokkeren en te verdedigen.
Er wordt gewisseld als het 6-tal 5 punten heeft.
Puntentelling:
  • Bij elke score een punt van het 6-tal
  • Elke bal die door het 4-tal verdedigd of geblokt wordt 1 punt aftrek
  • Elke foute rallypass 2 punten aftrek
Accenten:
  • Verantwoordelijkheid nemen
  • Onder de bal komen en precies spelen
  • Pass geven, dan pas verplaatsen voor de aanval
  • Kansen herkennen en pakken.

In ieder veld 1 passer, 1 afvangen, 1 reserve en 2 serveerders.

Serveren, reserve, passen, afvangen en serveren. Achter je bal aan lopen.

  • 2-tallen 1 bal
  • 1 bij het net
  • 1 op een aantal meter richting achterlijn
  • Speler bij het net speelt ALLEEN BH
  • Speler in het veld speelt ALLEEN OH
  • wissel na x keer
  • als het goed gaat: afstand vergroten
  • Let op:
    • voetenstand
    • plank
    • hoogte  bal
    • nauwkeurigheid

2 tallen met 1 bal.
Let op

  1. glijden op de buik.
  2. naar de bal blijven kijken
  3. laag zitten

Oefening

  • speler 1 staat op achterlijn en speler 2 ligt op de grond ervoor met een gestrekte arm vooruit en hand plat op de zijlijn.
  • speler 1 laat bal op de hand vallen en dan stuitert de bal omhoog.
    • Zo niet dan ligt de hand niet goed plat op de grond


  • Idem alleen nu speler 2 begint 1 meter van de achterlijn
  • speler 1 laat bal van hoog rustig vallen
  • speler 2 in hurkzit en glijd naar de lijn toe en moet zo timen dat bal op de hand val

  • Idem, echter nu van 2 meter aan komen rennen.
    • Blijf laag dan is het niet eng!

Steeds na 5 keer wisselen

Trainer (mid) en speler op 4 aan net

Trainer gooit de bal zelf kort achter het blok of in midden of werpt de bal naar 4. Die speler gooit de bal  

Verdediging moet het oplossen door goed in te schuiven en/of kort achter het blok te staan. SV staat achter en komt naar voren en geeft set up naar midden, linksvoor of diagonaal, die de aanval af maakt. Afvanger legt bal terug in mand.

Doel: - verdediging op de juiste positie. Wie gaat voor welke bal

         - snel kunnen schakelen van verdediging naar aanval. Evt 1e tempo oefening middenaanval


  • 2 tallen, 1 bal
  • de een gooit aan NAAST het lichaam
  • de ander passt
  • Let goed op dat de ene schouderomlaag gaat en de andere schouder omhoog
  • Wel een plank maken
  • De meeste servicepasses worden naast het lichaam gespeeld
  • Maak groepen van 6-8 spelers
  • Zet de spelers aan een kant van het net. Dit is de vrije kant
  • Aan de andere kant van het net wijs je een vak aan. Wellicht hele veld. Dat is de gevangenis
  • Er beginnen 1 of 2  spelers in de gevangenis
  • De trainer gooit de bal (als set up) 
  • Spelers aan de goede kant van het net spelen deze bal in de gevangenis en op de grond
    • ze moeten dus slim spelen en goed kijken!


  • Als dit lukt:
    • speler hoeft niet naar de gevangenis en mag aan de vrije kant blijven
  • Als dit niet lukt:
    • speler moet naar de gevangenis


  • Een speler die in de gevangenis zit kan hieruit komen door:
    1. makkelijke variant: de bal te vangen.  
      • vrije speler moet IN de gevangenis, vanger mag ERUIT
    2. moeilijke variant: de bal te passen en een andere speler Of de speler zelf uit gevangenis de bal te vangen
      • vrije speler moet IN de gevangenis en de  passer mag UIT de gevangenis

Teamopstelling

  • beetje selecteren door de wat betere op veld 1 te zetten oplopend naar veld 6
  • steeds eerst samenwerken: wie heeft het eerst 7x achter elkaar (doe dit 2x)
  • dan tegen elkaar
  1. begin met vang-gooi beweging en dan 2x bovenhands, over het 
  2. dan vang-gooi beweging, 3x bh, over het, achterlijn aantikken


  • nu move up-move down 
  • veld 1 = winnaar, veld 6 = verliezer
  • dus winnaar ruilt met verliezer op lager veld, verliezer ruilt met winnaar op hoger veld 
  • wie heeft het eerst 3 punten
  • zonder serveren (be4ginnen met vang-gooi beweging)
  • op veld 5 en 6: vang-gooi beweging, 3x bovenhands
  • op veld 3 en 4: vang-gooi beweging, 3x bovenhands, achterlijn aantikken
  • op veld 1 en 2: serveren (of vang gooi beweging als het noet loopt), 1x toetsen, 1 of 2x bovenhands
  • Met drietallen BH overspelen.
  • 2 keer spelen en dan achter je bal aan.
  • trainer kiest 4 (of 5) lijnen en nummer ze 1, 2, 3, 4 etc
  • iedereen op buitenste lijn gaan staan
  • trainer roept een lijn nummer en iedereen rent erheen
  • aantal keer doen
  • op een gegeven moment met laatste die lijn haalt valt af
  • tot er een winnaar is
    • nadeel hiervan is, is dat de mindere lopers niet beter worden, want die vallen als eerste af
  • kant A: team opstelling, overige mensen aan andere kant. 
    • Service vanaf kant A
  • Team aan kant B moet 1e twee aanvallen prikken, 
  • 3e aanval mag pas geslagen worden, 
  • Prikken op plaatsen waar kritisch is in de verdediging

Per 3: 1 persoon a/h net, 1persoon op achterlijn, 1 persoon tussen. 

  • Persoon tussen gaat telkens werken, krijgt bal van persoon aan net, OH terug. Draait zich om enkele stappen achteruit, bal van achterlijn, OH terug. Terug omdraaien en herhalen (20x receptie)
  • Kan getoetst of met slag zijn


Per 2: 1 persoon aan het net en 1 persoon op 3meterlijn

  • Bal wordt van het net naar 3meterlijn getoetst, BH terug. 
  • Achteruit verplaatsen en bal wordt naar achterlijn geslagen, OH terug
  • Achterlijn wordt getikt door deze speler, persoon aan het net laat de bal uit de hand vallen. Opduiken na 1 bots

- 1 verdediger start achter de achterlijn
- C speelt hoge bal in het veld
- 1 komt in en speelt bovenhands naar S
- S set-up achterover naar 4
- aanval rechtdoor, aanvaller haalt de bal
- 1 wordt aanvaller en 2 verdediger
VARIATIE: met blok, 

Daarna met middenaanvallers en daarna met buitenaanvallers


Een oefening voor de aanvaller. De aanvaller moet na een blok gelijk weer beschikbaar zijn voor een aanval.

Eerst de middenaanvallers. Bij het net staan de spelverdeler (S) en een hoofdblokkeerder (1) klaar om te gaan blokken.Daarnaast staat de trainer (T) met eem bal. Achterin het veld staan drie verdedigers (4, 5 en 6).


  • De trainer slaat op de bal, waarop 1 en S samen blokken.
  • Tijdens het blok smasht de trainer de bal naar 4, 5 of 6.
  • Zo gauw 1 na het blok weer op de grond staat, beweegt 1 zich naar achter voor de aanvalsaanloop
  • 4, 5 of 6 verdedigt de bal.
  • S geeft een setup naar 1.
  • 1 smasht de bal
  • 1 haalt de bal op.
  • 2 neemt de plaats van 1 in (1,2 en 3 rouleren)

Dan de buitenaanvallers die voor de verandering op rechts gaan aanvallen. De spelverdeler (S) staat midvoor en de buitenaanvaller (1) staat rechtsvoor. Daarnaast weer de trainer (T) en in het veld de verdedigers (4, 5 en 6).


  • De trainer slaat op de bal, waarop 1 en S samen blokken.
  • Tijdens het blok smasht de trainer de bal naar 4, 5 of 6.
  • Zo gauw 1 na het blok weer op de grond staat, beweegt 1 zich naar achter voor de aanvalsaanloop
  • 4, 5 of 6 verdedigt de bal.
  • S geeft een setup achterover naar 1.
  • 1 smasht de bal
  • 1 haalt de bal op.
  • 2 neemt de plaats van 1 in (1,2 en 3 rouleren)

Team staat opgesteld. trainer gooit lukraak ballen in veld. Spelers moeten goed bepalen voor wie de bal is. Aandacht op los/ik roepen..

Indien 10 spelers: 5 tegen 5. Trainer gooit bal in als bal niet goed wordt gespeeld. Indien minder dan 10 spelers: 6 tegen ... 

Na paar punten draaien. Na 5 minuten 2 spelers wisselen.

  • Leg de hoedjes neer in een vierkant met ong. 5 m tussen de hoedjes.
  • 2 spelers zijn de tikkers, de rest beweegt zich binnen het vierkant.
  • De 2 tikkers mogen de andere spelers tikken met de bal. De tikkers mogen niet lopen met de bal.
  • Door middel van overgooien kunnen de tikkers de andere spelers aftikken.
  • Als je getikt bent of buiten het vak komt ben je af en hoor je bij de tikkers
  • Je begint op service plek en in looppas naar het net,
  • daar 3 meter aanval en op het moment dat je neer komt maak je meteen een blok.
  • Dan 3 meter lijn aan tikken en wederom een aanval met direct na landing een blok.
  • Dan zijwaarts verplaatsen
  • en op linksbuiten 2x blokkeren
  • en dan omdraaien en duik naar de achterlijn.

De trainer staat aan de ene kant van het net, de kinderen aan de andere kant van het net in een rijtje achter de achterlijn.
De eerste van de rij komt telkens het veld in en voert de oefeningen uit.

  • Op 2 bovenarmen met handen in de nek laten stuiteren en vangen.
  • Door benen laten stuiteren, omdraaien en vangen.
  • Op 2 bovenbenen met sprong laten stuiteren en vangen.
  • Op 2 wreven met sprong laten stuiteren en vangen.
  • Op schouder laten stuiteren en vangen.
  • Gevangen bal in bak bij trainer en achteraan de rij

Enorm belangrijk om de bal te vangen
Wees enthousiast, stimuleer de kinderen om de bal te vangen

Verdelen over 3m lijn. Bal zigzag overgooien en nalopen. Zie afbeelding.
Later onderhands spelen, alleen bovenhands. Ene kant van het net onderhands, andere kant bovenhands.

 

C gooit de bal omhoog- 1 komt in voor aanval- 7 geeft de bal aan COpmerkingen: - In hoog tempo aangooien                        - C gooit hoog voor buitenaanvaller                        - C gooit laag voor midden aanvaller

  • 4 of 5 tallen. 
  • 2 aan het net 1 bal, 
  • rv set-up, 
  • lv aanvallen, 
  • op 2 of 3 verdedigers.
  • 4 (of 6) pionnen per team
  • Laat ze de pionnen op de juiste plek in het veld zetten.
  • Laat ze discussiëren als beide teams klaar zijn evalueren:
    • Waarom hebben ze het zo neergezet?
  • Zorg dat uiteindelijk de pionnen goed staan en gooi een bal op bepaalde plekken
    • Voor wie is die die bal?
    • maak duidelijk dat (in principe) alleen diegene de bal pakt.
    • Rest is bezig met 2e bal.
  • 2e  bal vangen en bal naar trainer rollen.
  • Deze oefening gaat om inzicht en begrip.
  • Goed uitvoerende is belangrijker dan snel. 
  • 2 touwladders uitrollen.
  • Opdracht uitvoeren en aan einde van de touwladder staat trainer en die gooit een bal.
  • Speler toetst die bal en vangt de bal zelf af en legt bal in ballenbak
  • Dit kun je per kind aanpassen betreffende succes voor het kind.
  • Daag het kind op haar niveau uit.                
    • In elk vak 1 voet L R L R
    • In elk vak 2 voeten LR LR LR-Erin en eruit
    • Zijwaarts verplaatsen
    • en omdraaien

  • Speler 1 staat klaar bij 1e pion
  • Loopt vervolgens snel om alle pionnen heen zijwaarts
  • Na de laatste pion sprintje naar voren waar er door de trainer rond de 3 meter een bal wordt aangegooid
  • Deze moet gepassed worden vanuit stilstand.


Bij meer dan 6 spelers, het parcour 2x opzetten en een medespeelster bij toerbeurt laten aangooien. Anders staan ze te lang stil. Het parcour 2maal laten doorlopen.

  • doe deze oefening 10 minuten
  • als speler 100x OH speelt komt speler in CLUB van 100
  • maak een lijst met alle spelers en 10 kolommen (10, 20, 30 etc)
  • 2 spelers met 1 bal (liefst 2 spelers met dezelfde mijlpaal)
  • speler 1 zoveel mogelijk toetsen, speler 2 telt
  • als bal fout gaat, wissel
  • aan het eind zet iedereen een vinkje achter zijn eventuele nieuwe mijlpaal (10, 20, 30 etc)
  • eerste de techniek uitleggen (hartvorm, 10 vingers de bal spelen)
  • hang het net aan een kant wat lager
  • maak stellletjes van ongeveer zelfde lengte
  • 2 tallen met net ertussen en alleen maar bh overspelen.
  • afstand niet te groot en concentratie.
  • let erg op vingers in hartvorm en met 10 vingers spelen 
  • gaat om succes ervaring,

Deze oefeningen doe je met z'n tweeën. 

  • Oefening 1:
    • Persoon 1 staat met een bal bij het net, persoon 2 staat links van de paal. Persoon 1 gooit elke keer de bal naar links of rechts. Persoon 2 loopt elke keer om de paal heen. 10x per persoon.
  • Oefening 2:
    • Persoon 1 staat met een bal bij net net, persoon 2 begint bij de 3-meter lijn. Persoon 1 slaat op de bal en persoon 2 moet naar achtere rennen en de bal weer naar persoon 1 spelen. 10x per persoon.
  • Oefening 3:
    • Persoon 1 staat op de 3-meter lijn met een bal. Persoon 2 gaat bij het net blokken en zich dan omdraaien om de korte bal van persoon 1 te spelen. 10x per persoon.

In een grote cirkel:

  • Enkels draaien
  • Armen spreiden en dan kleine rondjes maken, steeds grotere rondjes maken. Daarna weer terug. Groot beginnen en dan steeds kleinere rondjes maken.
  • Vliegtuigje. 10 seconden op elke been. 
  • Planken: 30 seconden of 1 minuut


  • allemaal achter de achterlijn staan
    • meet uit: de afstand van de instap + marge om de lijn niet te raken
  • RB:
    • op rechter been steunen
    • instappen met links
    • terwijl je uitstap gaan beide armen omhoog om bal op te gooien
    • bij de uitstap de bal opgooien en beide armen mee nemen de lucht in.
    • gooi niet te hoog 
  • de bal laten vallen en dan valt de bal op de achterlijn voor je RB 
    • leg uit dat de bal straks op hoogste punt geraakt moet worden, want daar  is de bal het minst in beweging
    • als je te hoog gooit, komt de bal snel naar beneden en is het veel moeilijker om hem op het juiste punt te raken

In tweetallen lekker fanatiek inspelen.

Daarna in 3-tallen

  • 1 bij het net
  • andere 2 aan 2 kanten achterin het veld
  • B gooit bal op A
  • B onder het net door
  • A speelt de bal ONDERHANDS naar C
  • C speelt de bal ONDERHANDS naar B
  • B vangt de bal
  • B gooit de bal naar C
  • B onder het net door
  • C over het net naar A

3 spelers staan aan het net met een bal. De rest staat in een rij achter de achterlijn, de eerste speelster(A) van het rijtje stapt in het achtervel. Netspeler 1 valt rustig aan, A passt terug. Netspeler 2 gooit een korte hoge bal, A passt (OH of BH) terug. Netspeler 3 gooit een lange hoge bal, A passt OH terug en sluit weer achter in de rij aan. Afhankelijk van grootte van de groep kan aan 2 kanten van het net of iedereen aan 1 kant. 

Trainer speelt hoge bal achterin           

! geeft hoge bal op 2

2 geeft set up  aan 1

1 slaat schuin

3 en 4 enz.


  • Allemaal  staan met een bal
  • bal opgooien en dan steeds 10x:
    1. vangen met rechter knie op de grond
    2. vangen met linkerknie op de grond
    3. beide knieen op de grond
    4. zitten op de billen en dan vangen
    5. op de rug liggen en dan vangen
  • Huppen over de bank
  • Slalom om de pionnen.
  • Aanvalspas naar het net en shuffle schuin achteruit (3x aanvalspas en 2x shuffle).
  • Stap onder het net door.
  • Zijwaarts langs het net met hoofd onder de netrand.
  • Maak een duik schuin het veld over.
  • Loop om de pion heen en sprint over de achterlijn.
  • Looppas terug naar startpositie.

 

  • Speler staat met emmer boven het hoofd bij het net
    • mag wel beetje verplaatsen maar niet bukken!
    • Speler met emmer blijft 1 rondje staan
  • Trainer staat op achterlijn/of in het midden van het veld met 2 rijtjes  spelers:
    • 3 spelers met bal (bij de trainer)
    • 3 zonder bal (op de achterlijn)
    • Speler met bal duwt bal in handen trainer
  • Trainer gooit bal willekeurig in het veld en speler toetst bal in de emmer
    • in de emmer is natuurlijk een punt
    • seler pakt eigen bal en sluit aan in rij met bal
    • buitenom teruglopen
  • Steeds moeilijker maken!


  • Speler 1 ligt op de grond op de achterlijn.
  • Speler 2 staat bij het net met een bal en slaat op de bal als teken dat hij gaat gooien.
  • Dan staat speler 1 snel op en speelt de bal BH
  • Speler 1 vangt de bal
  • 5x en dan wissel (ook van positie!)

Na elk deel kort even rust en weer door. Onderdelen met * is bank nodig, 2 tot 4 pers. per bank

  • Deel 1:
    • 30 step-ups* (bank op/af stappen)
    • 15 push-ups* (voeten op de bank)
    • 30 step-ups*
    • 15 spiderman push-ups (1 been optrekken als kikker tegelijk met opdrukken)
  • Deel 2:
    • 30 east-west steps-ups* (rechter voet op de bank linkervoet ernaast – linkervoet erop rechtervoet ernaast)
    • 10 squats jumps (door de knieën gaan en bij uitrekken zo hoog mogelijk springen)
    • 30 east-west steps-ups* 
    • 10 squats jumps
  • Deel 3:
    • 20 zijwaartse shuffles over 4 meter
    • 10 slit-squat jump (springen en door 1 knie gaan, telkens ander knie)
  • Deel 4:
    • 20 voor-, achterwaartse sprint over 4 meter 
    • 10 squats jumps


Maak 2 teams van ongeveer 5 kinderen. Elk team staat aan één kant van het veld. Leg 5 ballen op allebei de 3meter lijnen.

Als de trainer/trainster GO! roept gaat iedereen de ballen naar de overkant rollen. Wie na 3 minuten de minste ballen in hun veld heeft liggen heeft gewonnen.

spelletje 4 tegen 4 tot de 7meterlijn

Opstelling in systeem.

vooral vanuit spel-situatie en aandacht voor korte prik-ballen

speel 3 tegen 3

  • 1 speler op midvoor
  • 2 verdedigers
  1. Ga plat op de grond op je rug liggen, met je armen uitgestrekt naar de zijkanten.
  2. Trek je voeten op tot je benen gebogen zijn in een hoek van ongeveer 90 graden. Laat de hakken van je voeten op de grond rusten.
  3. Breng je knieën naar de grond aan de rechterkant van je lichaam. Houd daarbij je voeten, torso, schouders en armen in contact met de grond.
  4. Breng vervolgens je knieën naar de grond aan de linkerkant van je lichaam.
  5. Herhaal deze bewegingen een aantal keer.


  • Speler A gooit bal over het net.
  • Speler B of C passt de bal over het net.
  • De andere speler rent snel onder het net en zet de bal op voor dezelfde speler die heeft gepasst.
  • Deze speler probeert met bovenhandsspelen of een slagbeweging een pion van de bank te krijgen.


Welk tweetal of welk team heeft de meeste pionnen van de bank geslagen/gespeeld na een X-aantal minuten? 


In tweetallen lekker fanatiek inspelen.

Blok verdedigen met duik

  • 1 blokkeert eerst op midden en dan op linksvoor
  • na blok omdraaien en verdedigt aanval van 3 terug
  • daarna verdedigt (in duik) korte bal van 5
  • 2 is de volgende
  • Doordraaien: 
    • 1 naar korte bal
    • 3 naar blokkering
    • 5 naar aanval
  • 4 man op de achterlijn.
  • De rest staat om het veld om ballen te rapen.
  • Een voor een komen ze het veld in en krijgen ze een bal van de trainer.
  • Ze moeten de bal aan raken anders krijgen ze er nog een.
  • Als ze geweest zijn sluiten ze achteraan aan.
  • Begin rustig en maak het steeds moeilijker.
  • In tweetallen lekker fanatiek inspelen
  • Daarna speler met bal bij het net, geeft bal op 7 m, 
  • daarna op 3 m bovenhands, onderhands, 
  • Daarna 5 red-ballen
  • Bal hoog houden, individueel, met handen en voeten. Maakt niet uit hoe als de bal maar niet op de grond valt.
  • Bal hoog houden met de vuisten.
  • Bal hoog houden met de onderarmen.
  • Bal laten stuiteren en zo vaak mogelijk eronder door gaan. Omdat de bal steeds lager komt moet de speler steeds verder inzakken ne sneller bewegen.
  • Twee ballen op elkaar leggen en balanceren.
  • Twee ballen op elkaar en balanceren, bovenste bal opwerpen de de ballen omwisselen, boven naar onder.
  • Twee ballen gebalanceerd stuiteren en rondlopen
  • Bal van hand naar hand en om het lichaam bewegen van boven naar beneden bewegen.
  • Bal tussen de benen vast houden waarbij een hand voor langs en een hand achterlangs de bal vasthoud.
  • De bal iets opgooien en vervolgens de handen van voor naar achter en omgekeerd wisselen.
  • Trainer staat achterin het veld met
    • achter zich rij 1 : spelers met bal
    • naast zich rij 2:  spelers zonder bal
  • Voorste speler  uit rij 1 duwt bal in handen trainer en sluit achteraan in rij 2
  • Trainer stuit bal in het veld en speler uit rij  2 komt in lopen en toetst de bal voor zich zelf op.
  • Pakt/vangt eigen bal en sluit achteraan in rij 1
  • Hoog tempo en aanpassen aan niveau speler die loopt
  • A serveert naar B. 
  • B passt de bal naar de spelverdeler, die vervolgens een hoge bal in het achterveld speelt. 
  • B verdedigt deze bal terug naar de spelverdeler, die vervolgens een setup geeft voor B.
  •  B valt aan op deze setup.

Na de aanval neemt A de plek in van B en wordt B reserve. De spelverdeler blijft staan.

De buitenaanvallers gebruiken met één spelverdeler de linkerhelft van het veld. De middenaanvallers en diagonaalaanvallers gebruiken met een andere spelverdeler de rechterhelft.

Uitbreiding:

  • Na de service pakt A een tweede bal. 
  • Na de aanval van B gooit A deze bal het veld in. 
  • B speelt deze bal naar de spelverdeler, de spelverdeler geeft een setup
  • B valt nog een keer aan.


Image

Team A serveert, team B moet d.m.v. een harde aanval zien te scoren. Als dit niet lukt moeten ze weg en wordt hun plaats ingenomen door het andere 3-tal dat in de wacht staat. Als het wel lukt mogen ze blijven staan. Wie maakt de meeste scores achter elkaar? Zelf laten tellen.
3-meter is toegestaan.

Hameren op het feit dat ze precies moeten zijn ook in innemen van hun UGP. Lang wachten met aanlopen, reageer op de setup.

Midden goed timen. Voor ons is dat springen als de Sv de bal speelt.

  • 2 of 3 rijen
  • trainer rolt de hoepel
  • speler loopt naast hoepel en tikt met LINKER been DOOR de hoepel de grond aan
  • het is de bedoeling dat de hoepel doorrolt
  • als het goed gaat kan dit dus meerdere keren per rol

varianten

  1. zelfde met rechterbeen
  2. met zijn 2-en lopen naast de hoepel
    • hoepel dus in het midden
    • en dan handen klappen IN de hoepel (RL - RL)
  3. met zijn 2-en lopen naast de hoepel
    • bal ONDERHANDS doorgeven door de hoepel
      • laag zitten dus
  4. met zijn 2-en lopen naast de hoepel
    • de een geeft de bal ONDERHANDS door de hoepel
    • de ander geeft de bal door BOVEN de hoepel langs
    • volgende run omdraaien
  • 1 slaat een bal aan naar een passer op positie 6 die een pass geeft naar pos 2/3
  • spelverdeler S geeft een set-up naar positie 4, waarop speler 4 rechtdoor aanvalt
  • speler 2 staat in de uitgangshouding blok en zet een blok op de positie waar de bal over het net gaat

  • speler 4 haalt zijn aangevallen bal op en legt deze in de ballenbak
  • reserve wordt speler 4
  • na 6 bloksprongen wisselt de blokkeerder met speler 1 en gaat aanslaan
  • speler 1 gaat naar positie 6
  • speler positie 6 wordt speler positie 4
  • speler 4 gaat blokken


Varianten: 

  • Elk goed blok is een punt
  • spelverdeler penetreert vanaf positie 1 naar positie 2/3 en geeft set-up 

Servicepass training voor 4 tot 12 personen
4 personen:
2 serveerders op de serviceplek.
1 passer
1 afvanger
(statisch) Serveerder serveerd, passer passed de bal naar de afvanger, afvanger vangt de bal en rolt deze terug naar de serveerder.
(dynamisch) zelfde als statisch maar dan loop de betreffende speler de bal achterna. (serveerder wordt passer, passer wordt afvanger enz)

6 personen.
2 serveerders
3 passers
1 afvanger
(Statisch) zie vier personen
(dynamisch) serveerder serveerd de bal en loop zijn/haar bal achterna.
Passer passed de bal naar de afvanger. De meest rechtse speler wordt afvanger
Serveerder schuift links in. Afvanger wordt serveerder. Als dit niet loopt wordt 1 passer reserve.

In een rijtje achter de achterlijn. Trainer gooit vanaf het andere veld een bal (hoog) het veld in. 

1. De bal moet worden gevangen met de armen gestrekt boven het hoofd.
2. Uitbreiden naar vangen met armen gestrekt boven hoofd + stilstaan tijdens vangen
3. Uitbreiden naar vangen met armen gestrekt boven hoofd + stilstaan tijdens vangen + voeten de goede richting op
4. Uitbreiden naar BH spelen op korf / afvanger op spelverdelersplek
5. Uitbreiden naar BH spelen + aanval (nog steeds vanuit rijtje aankomen lopen, maar nu met 1 spellie al in het veld) 

  • 2 spelers, 1 bal
  • net lager
  • 1 speler speelt de bal zacht en kort over het net
  • 1 speler blokt
  • handen over het net -> bal naar beneden
  • 1 speler staat in dienst van de blokker. 
  • gata om de succeservaring van de blokker (eventueel het net lager bij kleinere spelers)
  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • 1 SV
  • creeer met 3 pionnen een virtuele lijn waar ze moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in hett veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  en speelt de bal naar SV
  • Deze woordt nieuwe SV
  • SV pakt bal en doet bal in ballenbak
  • SV duikt aan de zijkant onder het net door
  • SV sluit aan in kortste rij


  • Per team staan er 2 spelers te verdedigen
  • Een speler in het midden om af te vangen/of hoepel neerleggen 
  • De rest gaat om en om serveren om te scoren!!
  • Welk team heeft het minst aantal services nodig om 10x goed te passen?


  • De aanvallers krijgen bij deze oefening de opdracht om direct te scoren met hun aanval. De verdediging krijgt uiteraard de opdracht om dat te voorkomen.

    Er wordt gespeeld met een vaste spelverdeler. Een aantal aanvallers staan aan de ene kant van het speelveld met een bal. Zij spelen de bal naar de spelverdeler, deze geeft een setup waarop de aanvaller een aanval uitvoert.
    Als de aanvaller scoort gaat hij weer achteraan het rijtje aanvallers staan (als beloning). Wordt er door de aanvaller niet gescoord dan moet hij gaan verdedigen. Daarvoor wordt op de volgende manier gedraaid. aanvaller - A - B - C - D - aanvaller.

    Bij de verdediging is A de blokkeerder.
    Spreek van te voren duidelijk af wat direct scoren betekent:: bal op de grond en ook als er niet speelbaar verdedigd is.

  • vaste spelverdeler s
  • rij aanvallers met bal speelt bal naar sv
  • Set-up naar aanvaller 1
  • Als aanval scoort achteraan rijtje aanvallers
  • Anders aanvaller 1 naar A - B - C- D- aanvaller
  • In de verdediging: A = blokkeerder, BCD= achterin

verdeel het teams of teams over beide helften van het veld.
Trainer gooit de bal in en de teams spelen de bal over het naar elkaar toe.
Iedere speler die de bal gespeeld heeft tikt de achterlijn aan en komt weer het veld in.

Begin eerst met vangen en gooien en als dat goed gaat ga je echt spelen (BH of OA)

  • 6 keer naar het net (vooruit en achteruit)
  • 2x heen en weer knie heffen (linkerbeen omhoog, linker arm omhoog enz)
  • 2x heen en weer hakken/billen bovenlichaam recht
  • 2x heen en weer laag zittend in verdedigingshouding
  • 2x kruispas heen en weer.


  • De aanval komt van rechts
  • De midden en diagonaal blokken, de buitenaanvaller komt naar het midden, de upper komt naar voren 
  • De trainer slaat op de bal, we gaan naar onze positie en verdedigen de bal van de trainer. 
  • We draaien steeds een plekje door.
  • De overgebleven spelers verdedigen voor zichzelf en leggen de bal in de kar.


  • vouw een krant over net
  • maak de krant iets hoger dan het net door bv knijpers te gebruiken op de krant , leunend op de net rand
  • spelers hebben een punt als ze de krant raken EN goed serveren
- 4 valt rustig aan op 3 over het blok van 1 en 2 
- 3 pass op SV
- 1 draait na blok om en valt aan op midden
- 4 blokt
- 2 en 3 aanvalsdekking.

variatie:   idem op links ;    idem op rechts

No imageGeplaatste Opslag

- spelers met bal op achterlijn
- om de beurt serveren op de hoepels/ matten
- afwisselen korte en lange opslag



Inslaan op buiten en midden

Daarna

Behalve de spelverdeler, voeren de andere spelers achtereenvolgend een pass, een aanval en een service uit.

De oefening gaat als volgt:

  • 1 speler 1 gooit een strakke bal naar speler 7
  • 2a speler 7 passt de bal naar de spelverdeler
  • 2b speler 1 loopt naar het andere rijtje en sluit achteraan.
  • 3 de spelverdeler geeft een setup naar speler 6
  • 4 speler 6 smasht de bal rechtdoor op de mat
  • 5 speler 6 haalt zelf zijn geslagen bal op
  • 6 speler 6 serveert de bal naar de andere mat
  • 7 speler 6 haalt zelf zijn bal op
  • 8 speler 6 sluit aan bij rijtje
  • Dit kan ook met een middenaanval

Na 10 minuten komt er een blok bij

  • 3 keer 2 tallen in driehoek
  • Loop achter de bal aan
  • Eerst met 1 bal, later met 2 ballen.
  • Tempo hoog


  • 3x heen en weer in loperspas
  • 3x heen en weer in loperspas met armen zwaaien
  • 2x heen en weer in zijwaartspas
  • 2x heen en weer in kruispas
  • 1x heen en weer hakken billen
  • 1x heen en weer knieheffen
  • In het begin is er één tikker.
  • De tikker probeert rennend zo veel mogelijk kinderen te tikken.
  • Zodra iemand is getikt wordt hij een krab.
  • De krab dient zich op handen en voeten te bewegen met de buik omhoog.
  • Zodra een krab een loper heeft getikt, is de krab weer vrij om te gaan.
  • Na verloop van tijd wordt er een ander persoon aangewezen als tikker.


Starten met de Rechtervoet (leidvoet) plaats hem eerst in het eerste vaken plaats vervolgens de Linkervoet erbij, dan plaatsen we deRechtervoet terug uit de ladder en plaatsen de Linkervoet erbij. Stapdan Rechts in het volgende vak…Aanhouden van het ritme en zo snelals mogelijk uitvoeren. Ook uitvoeren in de andere richting (startend metde Linkervoet)

Starten naast de ladder, Rechtervoet in het vak plaatsen en Linkervoetbijzetten. dan de Rechtervoet naast de ladder plaatsen en, de Linkervoetin het volgende vak plaatsen. De rechtervoet bijplaatsen in het van en deLinkervoet uit naast de ladder plaatsen. Tel mee bvb 1-2-3 / 1-2-3…


Start frontaal voor de ladder plaats de Linkervoet eerst in het vak enplaats de rechtervoet bij. Plaats dan de Linkervoet uit de ladder naast descheiding vervolgens de Rechtervoet uit de ladder naast de scheiding.Plaats nu de Linkervoet terug in het volgende vak… Ook uitvoeren metstart van de Rechtervoet


  • in 2 rijen opstellen met bal
  • 1 speler per rij tegelijk
  • iedere speler loopt al OH-spelend naar een lijn/of het net
  • iedere speler loopt al BH-spelend naar een lijn/of het net
  • iedere speler naar een lijn/of het net door de bal hoog te houden met een 1 vuist
    • eerst rechts dan links


Zie afbeelding. Om en om bal gooien. Na het gooien achterlijn aantikken en weer naar zelfde plaats.

Gooien goed? Dan alles onderhands. Later alles bovenhands.  

  • De trainer legt een bal op de middellijn.
  • Aan weerskanten van het net staat een rijtje spelers bij de achterlijn.
  • Op het teken van de trainer hollen ze naar de bal, wie hem heeft mag hem houden.

Welk team verzamelt de meeste ballen

Het doel van de kern is, dat de spelers de bal bovenhands ver kunnen spelen

  • De spelers staan in tweetallen tegenover elkaar en spelen bovenhands
  • Handen goed boven het hoofd, vanuit de benen, lichaam strekken en bal nawijzen
  • De spelers gaan steeds verder uit elkaar staan.


  • Daarna vormen we twee rijtjes schuin over het veld en we spelen BH, achter je bal aan

  • Rij 1 spelers klaar  om bal te spelen
  • Rij 2 spelers achter trainer met bal
    • Voorste duwt trainer bal in de hand en sluit aan in rij 1
  • Trainer gooit de bal het veld in en speler uit rij 1:
    • Rent naar de bal, 1x OH en dan vangen
    • Rent naar de bal, 1x BH en dan vangen
    • Rent naar de bal,,1x OH, 1x BH en dan vangen
    • Rent naar  de bal  en raakt hem hoe dan ook : duiken dus.
  • Bal bij trainer brengen
  • Hoog tempo en aanpassen aan speler.

In tweetallen lekker fanatiek inspelen.

Daarna:

- 1, 2 en 3 starten vanaf de achterlijn 
- sprint naar middenlijn en terug naar achterveld
- C speelt een bal in achter veld 
- 1, 2 en 3 bouwen een aanval op (pass, set-up en aanval)
- zelf de bal halen.
- volgende 3 tal

  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • 2 afvangers
  • creëer met 3 pionnen een virtuele lijn waar ze moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in het veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  en speelt de bal naar afvanger
  • Deze wordt nieuwe afvanger
  • afvanger pakt bal en doet bal in ballenbak
  • afvanger sluit aan in een van de rijen

UITBREIDING:

  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • creëer met 3 pionnen een virtuele lijn waar ze moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in hett veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  en speelt de bal over het net
  • Deze gaat ook de bal halen --> TR en sluit aan in een van de rijen

No image

Blokkers 1 en 2 starten op pos. 2 en 4. Blokker 3 op pos. 3
- blokker 3 blokt op mid en verplaatst naar rechts
- 2 en 1 vormen een 2 blok op rechts
- blokker 1 draait door en 3 neemt zijn plek op rechtsvoor in
- blokker 4 gaat naar net en blokt op mid en verplaatst naar links
- 2 en 4 vormen een 2 blok op links

Elke oefening (of kies een aantal) wordt 30 seconden gedaan, gevolgt door 15 sec rust: 

- Knieheffen op de plaats
- Muurzitten en bal doorgeven
- Push-Ups (ieder op eigen niveau)
- Sit-ups (rechte en/of schuine buikspieren)
- Bankspringen
- Squats
- Lunges
- Armheffen met waterflesjes
- Planken (gewoon, of zijkant)

- 5x opdrukken (mag ook op knieën)

- 20 sec. planken (rechte rug)

- 5x squat 

- op je rug liggen, handen onder de kont en benen gestrekt optillen van de grond, dit ongeveer 10 sec. volhouden 

- 10x hele buikoefening 

  • Zigzaggen door pionnen achterwaarts terug. 
  • Zigzaggen met shufflepas. 
  • Schaatspas/sprong. 
  • Zijwaarts/skateboarden
    • links voor. 
    • Rechtsvoor. 
  • Rondje terug draaien om pion
  • Ah eind estafette tussen de 2 rijen


  • Speler gooit bal hoog aan op midvoor en gaat daarna in de rij staan om aan te vallen.
    • als aanval nog niet kan, wordt 3e bal BH over het net gespeeld
  • Op linksvoor komt speler inlopen die set up geeft op buiten en daar wordt aangevallen.
  • Let op de set-up:
    • bal omhoog
    • benen uitstrekken 
    • goed de bal nawijzen
  • Set upper blijft paar (10) ballen staan

In tweetallen met 1 bal om de beurt via de grond tegen de muur slaan.

In tweetallen lekker fanatiek inspelen

Daarna:

  • 1 met bal aan het net, 
  • 1 zonder bal achter achterlijn plat op buik.
  • Aanvaller geeft klap op bal, verdediger verdedigt op 7meterlijn,
    • daarna korte bal op 3meterlijn.

3 personen met bal aan het net, verdeeld over deze negen meter. 2 personen achter in het veld. 1e bal = een geslagen floater, pass brengen. 2e bal = een lastig te verdedigen bal (duiken vereist). 3e bal is een hard aangeslagen aanval. 5 ronden pp dan wisselen.

  • In tweetallen met 1 bal. Speler bij het net gooit bal aan speler achterin en die passt netjes terug. Is pass goed dan mag je bovenhands doorspelen maar streng zijn!! 20 ballen dan wisselen.
  • Idem alleen nu krijg je kort/lang de balen aan gegooid. Dus achter speler moet voorwaarts/achterwaarts verplaatsen.
  • allemaal 1 bal
  • rustig tegen de muur serveren
  • probeer zelf de bal te vangen.
  • Allemaal 1 bal en eerst bovenhands proberen op 1 plek te spelen, daarna
  • Allemaal 1 bal en via de grond tegen de muur aanslaan.
  • Sla op de bal dus pols over de bal heen klappen.
  • Denk om uitstap en beide armen de lucht in.
  • 10x opdrukken (mag ook op knieën)
  • 40 sec. planken (rechte rug) 3x met 15 sec rust tussen door.
  • op je rug liggen, 1 minuut fietsen
  • 10x hele buikoefening 
  • 9 hoepels in een vierkant  (3x3)
  • 2 groepjes van 3
  • iedereen een hesje/doek 
  • elk team eigen kleur
  • eerste 2 van elk groepje sprinten naar de hoepels
  • leggen hun doek in een hoepel
  • rennen terug en tikken de volgende aan
  • het is de bedoeling om 3 op een rij te halen
  • als iedereen 1x geweest is zijn er geen doeken meer
  • iedereen loopt nog een keer en nu mag je een doek verleggen
  • de winnaar is diegene die het eerst 3 op een rij heeft OF wie het eerst terug is (2x estafette heeft gewonnen)

Kern 1  Serveren met accent op platte hand, gestrekte arm en dat ze iets voor over staan gebogen.

In groepjes van 2 bij de muur met 1 bal. Op ongeveer 2 meter afstand. Speler 1 serveert en speler 2 vangt daarna serveert speler 2 en vangt speler 1

Groep in 2en splitsen voor volgende oefeningen

Veld 1) diagonaal liggen er pittenzakjes in het veld. De spelers beginnen bij het pittenzakje dat het dichts bij het net ligt. 2x goed serveren dan mag je naar de volgende. Alles gehad dan heb je 1 punt en begin je opnieuw. Zelf bal halen

Veld 2) veld vol hoepels en 3 rijtjes met serveerders. Je serveert in de hoepel dan is die hoepel voor jou. Wie heeft de meeste hoepels? Zelf bal halen.



Drie spelers stellen zich op om te gaan passen (de nummers 3, 4 en 5). Speler 2 staat klaar aan de zijkant van dezelfde speelhelft. De andere spelers staan klaar met bal om te serveren aan de andere kant.

  • Speler 1 serveert de bal (en loopt daarna gelijk naar de plek waar speler 2 al staat)
  • Een speler passt de bal naar spelverdeler op positie 2/3. Spelverdeler geeft een setup. En de derde speler speelt de bal over het net. 
  • Als de bal over het net is, draaien de spelers door: 2 gaat het veld in (waar 3 eerst stond) 3 gaat naar mid-achter, 4 gaat naar de plek van 5 en 5 gaat de serveer plaats van de andere helft.
  • Dan kan de volgende speler serveren, op de tekening is dat speler 8. Enz.





  • 3-tallen, per 3 tal 2 ballen. 
  • 2 personen aan het net - 4 meter uit elkaar - 1 persoon achterin (6 m). 
  • In hoog tempo 25 ballen passen. 
  • Accent op laag blijven
1 verdedigt vak A (harde aanval) en B ( Tactische bal)
rest valt op volgorde aan ( afwisselen hard en tactisch)
  • trainer of speler gooit aan op midden (eventueel een lintje ter markering in het net)
  • speler loopt in van rechts en geeft set-up in de korf
  • eigen bal halen en aan trainer geven/in ballenbak doen
  • doe de oefening ook vanaf links inlopen. Dan dus SETUP ACHTEROVER.


2 tallen met 1 hoepel in de hand. Trainer gooit bal over het net.

  • 2 tal start op achterlijn en moet de bal na de stuit in de hoepel laten vallen.
  • 2 tal begint bij het net en verplaatst achterwaarts en moet direct de bal in de hoepel laten vallen.
  • bal naar trainer brengen en achter in de rij
  • Nu hebben ze allemaal 1 hoepel vast en gooit de trainer de bal hoog over het net.
  • De bal moet voor de stuit door de hoepel.
  • Bal naar de trainer brengen en weer achter in de rij aansluiten.

dribbelen met de bal.

  • Lopend dribbelen door de zaal
  • Op de plaats met linkerbeen voor= rechts dribbelen
  • Op de plaats met rechterbeen voor= links dribbelen
  • Afwisselen met linkerhand of rechterhand dribbelen
  • Dribbelend gaan zitten en weer staan.

dribbelen en slaan op de bal.

  • Sla op de bal
  • Laat hem 1x stuiteren
  • Sla op de bal etc
  • Idem maar nu om en om met rechts en links slaan
  • Spelers hebben een bal elk en
  • maken een aanvallende sprong naar het net met de bal in de hand .
  • Terwijl ze het net te bereiken moeten zij de bal achter hun hoofd , springen en  de bal over het net gooien.


  • Let op:
    • goede houding
    • goede hoogte
    • armen goed omhoog
    • bal in
  • bij beginnende spelers net wellicht iets lager om de succes factor te vegroten
  • 1 speelster staat op linksvoor en komt steeds inlopen naar midvoor en geeft set up voor of achter over.
  • Trainer gooit bal aan of evt een speelster op midvoor.
  • Op rechtsvoor staat een aanvaller en op linksachter staat een aanvaller die komt inlopen.
  • Diegene die aanvalt haalt de bal en sv blijft x aantal ballen staan.
  • 2 tallen met 1 bal overspelen.
  • Afstand niet te groot en streng zijn!
  • Diegene die bij het net staat speelt bh en diegene die achterin staat speelt oh
  • Na 20x wisselen
  • Inslaan twee kanten van het net, 
  • uit te breiden met verdediging en blokkering (1 mans)

trainer gooit bal aan:

eerste pass (losroepen) en afvangen

dan pass en set-up afvangen

dan pass, set-up en over het net spelen

dan pass, set-up en smash

6 spelers staan in wedstrijdopstelling in het veld, andere spelers staan met de trainer aan de andere kant.

het word een wedstrijdje, het is de bedoeling dat het 'kleine' team 3 punten krijgt. dus de bal moet 3 keer aan de andere kant op de grond zijn gevallen. de 6 die aan de andere kant staan spelen de bal makkelijk terug naar de andere kant. voor het andere team is het belangrijk om slim te spelen en de gaatjes op te zoeken. er mag aangevallen worden!

voor rechtshandige:

  • speler heeft de bal in de LH
  • stuiter de bal met de LH 
  • en sla de bal met de RH
  • zo doorgaan
  • Spelers gaan serveren en mogen zelf weten waar ze gaan staan.
  • 2 tegelijk.
  • Serveer je in de hoepel dan is de hoepel voor jou!

3 spelers aan het net op gelijke afstand van elkaar (1, 2, 3, 4).
3 spelers op achterlijn (A, B, C, D). 

  • Speler A speelt BH naar speler 1,
  • speler 1 speelt BH terug,
  • speler A speelt BH naar speler 2,
  • speler 2 speelt BH terug, 
  • etc.  


Op het moment dat speler A naar speler 2 speelt, begint speler B met BH spelen naar speler 1, etc.



 

  • leg in elk veld op een willekeurige plek een mat.
  • Aan 2 kanten staat een groepje om te serveren.
  • Serveer op de mat.
  • Dan loop je achter je bal aan, maak een duik, maak een blok en sluit je aan de overkant aan in de rij.
  • Wie heeft de mat het meeste geraakt?
  • Spelers moeten proberen zo dicht mogelijk bij de achterlijn te staan, maar als het niet lukt mogen ze dichter bij het net gaan staan

  • Speler A gooit bal over het net.
  • Speler B of C passt de bal over het net.
  • De andere speler rent snel onder het net en zet de bal op voor dezelfde speler die heeft gepasst.
  • Deze speler probeert met bovenhandsspelen of een slagbeweging een pion van de bank te krijgen.


Welk tweetal of welk team heeft de meeste pionnen van de bank geslagen/gespeeld na een X-aantal minuten? 


met deze oefening leren de spelers ''slim' te spelen. vlak over het net of juist achter in de hoeken 

  • Passers op positie 5 en 6
  • Aanvaller op linksvoor
  • sv op positie 2-3
  • Trainer gooit bal naar passers
  • Passer geeft pass naar SV op poitie 2/3
  • SV geeft de bal BH op  linksvoor speler
  • Er staat een tweemansblok
  • Afvanger aan de overkant
  • op andere veld liggen 5 hoepels
    • 1 in alle hoeken van het veld en 1 in het midden vh veld
  • speler komt inlopen en probeert bal in hoepel te spelen
  • als dit lukt hebben SV EN SPELER een punt
  • Als er geblokt wordt, hebben de blokkers een punt
  • Na 10 aanvallen wisselen


Na 10 minuten maken we het moeilijker:

* Er komt een blok bij, de buiten zet het blok diagonaal dicht (linkerhand bij slagarm aanvaller)

* De blokker krijgt ook punten ( bal aanraken =1, killing blok=2)

Doel:

Het verbeteren van de aanval door beide armen omhoog te brengen

Accent: letten op beide armen

In tweetallen:

Naar elkaar slaan, waarbij de spelers goed op de armen letten

  • Over een laag net slaan,
    • waarbij de linkerarm naar de bal wijst en de rechterarm langs het oor naar achter gaat
    • de handpalm moet als eerste de bal raken
    • waarna de hand zich afwikkelt over de bal / de vingers als laatste.
  • De ander rolt hem terug, na 5x wisselen

De een gooit hem op voor de ander, slaan, waarbij ze weer goed op de armen letten, na 5x wisselen


  • De spelers staan in twee rijtjes achter elkaar aan beide zijden van het net opgesteld.
  • De voorste twee spelers spelen de bal bovenhands over het net, waarbij ze de bal boven hun hoofd moeten spelen. 
  • Ze schuiven op naar de volgende lijn, spelen weer bovenhands en verplaatsen zich al spelend langs het net. 
  • Daarna volgende twee, enz
  • Daarna maken ze twee rijtjes in het midden van het net, spelen bovenhands en maken daarna in het midden een bloksprong, sluiten weer achteraan aan, enz
  • Daarna bovenhands en een bloksprong op de buiten
  • rondjes door de zaal rennen en stretchen


  • Buikspieroefeningen:


  • Benen links, 
  • elleboog - knie, 
  • benen rechts, 
  • enkel op knie links, 
  • enkel op knie rechts, 
  • voeten in de lucht- tenen aanraken


De warming-up

  • De leerlingen staan in het veld in een halve cirkel.
  • De leerlingen gooien met de bal naar elkaar toe.
  • Steeds naar een andere persoon toe, dus niet naar dezelfde persoon dan van wie zij/ hij de bal heeft gekregen.
  • Als een jongen de bal op de grond heeft laten vallen, dan moeten alle jongens een rondje rennen.
  • Hebben de meiden de bal op de grond gegooid dan moeten alle meiden een rondje rennen.

  • Als variatie kan je er meerdere ballen in gooien zodat het spel sneller gaat en ze vaker moeten gaan rennen.


Je kan de leerlingen ook nummer 1,2, geven. Laat iemand van 1 de bal vallen rent groep 1 een rondje. Laat iemand van groep 2 de bal vallen rent groep 2. 

  • Leg 6 hoepels in elk helft van het veld.
  • 1 trainer gaat in de eerste hoepel staan aan 1 kant
  • De andere trainer gaat in de eerste hoepel staan aan de andere kant.
  • De spelers moeten proberen te serveren op de trainer, als deze de bal gevangen heeft mag de trainer 1 hoepel op schuiven.
  • De trainer die als eerste alle hoepels gehad heeft, heeft gewonnen samen met de spelers die op hem.haar serveerden.
  • Teamopstelling
  • Trainer serveert bal. 
  • Team verdedigt, geeft een  set up en aanval. 
  • Daarna gooit de trainer weer een bal in het veld.
  • Spelers moeten dus snel klaar staan
  • de trainer staat aan het net. 
  • 1 persoon in het veld. 
  • de trainer gooit moeilijke ballen 
  • de persoon in het veld moet ze de ballen 3 keer achter elkaar aanraken. 
  • doet hij/zij dit niet ga je door tot het hem/haar is gelukt. 
  • de rest van de spelers staan om het veld heen om de ballen af te vangen en in terug te leggen in de kar.
  • Rechts staan 2 spelers bij het net, 
  • hierachter 1 speler voor de verdediging.
  • De 2 netspelers maken een blokbeweging. 
  • Na neerkomen speelt de trainer een korte bal aan de blokverdediging 
  • Deze moet worden gespeelt naar de SV welke deze bal bovenhands afvangt.
  • Daarna gooit deze de bal in de ballen kar. 
  • Verdediger gaat in de rij voor blokeren. 
  • Middenblokker wordt rechter blokker. 
  • rechterblokker wordt verdediging.

Serveerder gaat serveren op maatje die op  een plek in het andere veld staat.

* verdeeld het team over het net aan beide kanten. 

* de aanvoerder maakt vanuit stand een blokkade.

* voordat de aanvoerder weer naar beneden gaat maakt de persoon links van de aanvoerder een blokkade.

* Zo gaat het telkens links om de speler een blokkade maken en krijg je een wave effect.

  • laag net
  • 2 passers, 1 afvanger (SV), 2 serveerders/BH gooiers
  • serveerders gooien de bal strak op de passers
  • passer speelt bal naar midvoor, midvoor vangt af
  • iedereen 1 plek doordraaien
    • passer rechts , wordt passer links
    • passer links wordt SV
    • SV wordt gooier
    • gooier wordt passer rechts
  • Als het gooien goed gaat, kan het evt ook met serveren

Aanvallen. Trainer gooit bal aan op spelverdeler (die komt inlopen net als met de team opstelling). Spelverdeler geeft set-up en aanvaller raakt kast die op 4 meter achter het net staat.

Trainers  gooien bal aan over het net en speler:

  • Vangt oh de bal
  • Vangt bh de bal
  • Vangt zittend de bal
  • Vangt met 1 knie op de grond de bal
  • Gaat liggen op de grond en laat bal op de billen vallen.

  • begin met gooien uitbreiden naar aanvallen
  • 4 valt rustig aan op 3 over het blok van 1 en 2 
  • 3 pass op SV
  • 1 draait na blok om en valt aan op midden
  • 4 blokt
  • 2 en 3 aanvalsdekking.
  • variatie:   idem op links ;    idem op rechts
  • Ronde 1: 
    • De trainer staat op de SV plek en de lln staan achter elkaar in een rijtje in het midden. De bal wordt aangegooid en de bal moet gespeeld worden naar de trainer. 
  • Ronde 2: 
    • De trainer staat op de SV plek en de lln staan achter elkaar in een rijtje in het midden. De bal wordt aangegooid en de bal moet gespeeld worden naar de trainer. De trainer geeft een set-up en de bal wordt door de aanvaller buiten geslagen. Goede pass is doorschuiven naar aanval. Slechte pass is achter in de rij aansluiten nadat de bal is gehaald. 
  • Ronde 3:
    • De trainer staat aan de andere kant van het net, gooit de bal aan. Pass, set-up en aanval. Goed, doorschuiven, fout blijven staan en de pass sluit achter aan.
  • Ronde 4:
    • De trainer staat aan de andere kant van het net, gooit de bal aan. Pass, set-up en aanval. Goed, doorschuiven, fout blijven staan en de pass sluit achter aan. Alleen nu mag de SV kiezen links of rechts een set-up. Degene die aangevallen heeft moet dan de bal halen en achteraan sluiten.
  • partijtje 2 tegen 2 op een gewoon veld (eventueel de achterlijn wat dichterbij)
  • hierdoor kunnen ze dus goed 'slim' spelen
  • en moeten ze veel bewegen
  • 1 passt, de ander loopt naar het net voor de set-up
  • in 3x is een bonus punt (zeker op niveau 5)
  • Team MOET in 3 x (bij score dus 2 punten, in rally 1 bonuspunt).
    • dus team heeft geen punten als ie in 1 of 2 keer gaat 
  • Trainer mag in 1, 2 of 3 x.
  • Bij 3 x heeft trainer ook bonuspunten
  • let op opstelling opstelling (kommetje) , los roepen, en in 3-en spelen,  techniek niet belangrijk 
Team staat opgesteld. trainer gooit lukraak ballen in veld. Spelers moeten goed bepalen voor wie de bal is. Aandacht op los/ik roepen. Niet achter eenbal aangaan doe niet voor jou is.

In een rijtje achter de achterlijn. Trainer gooit vanaf het andere veld een bal het veld in. 

1. De bal moet stuiteren tussen gestrekte armen
2. Uitbreiden naar stuiteren tussen de armen met 1 knie op de grond (stilstaan)
3. Uitbreiden naar stuiteren tussen de armen met 1 knie op de grond (stilstaan) en voeten de goede richting op
4. Uitbreiden naar OH spelen op korf / afvanger op spelverdelersplek (let op continu gestrekte armen & laag zitten)  
5. Uitbreiden naar OH spelen + aanval (nog steeds vanuit rijtje aankomen lopen, maar nu met 1 spellie al in het veld) 

veld wordt verdeeld over 6 vakken, 1-2-3 enz.

de trainer roept telkens en cijfer en de kinderen rennen naar dit vak toe. degene die het laatste aan is gekomen in het vak, is af en gaat op de bank zitten.

  1. Ga op handen en voeten staan en verplaats je voeten richting je handen zodat je benen en bovenlichaam een hoek van ongeveer 90 graden maken.
  2. Plaats je rechtervoet over je linkerhiel.
  3. Druk je linkerhak richting de vloer en trek tegelijkertijd je linkertenen op richting je linkerscheenbeen.
  4. Houd deze houding een tel vast en breng je hak daarna weer omhoog. Herhaal deze beweging een aantal keer met dezelfde voet.
  5. Voer dezelfde beweging vervolgens een aantal keer uit met je andere voet.


Verdeel spelers in tweetallen met net ertussen en per tweetal een bal:

1. eerst bovenhands overgooien en vangen (20x). Daarna stuiteren onder het net door (20x)

2. Speler 1 gooit, 2 speelt bovenhands terug. Rent vervolgens naar achterlijn om deze aan te tikken en krijgt weer een bal. 15x dan wisselen. 

3. Speler 1 gooit een bal vanaf 2 meter lijn, speler 2 staat klaar bij het net om te blokken. Na blok sprinten naar achterlijn om deze aan te tikken. 15x daarna wisselen. 

4. Speler 1 (staat nu voor het net) gooit een bal naar speler 2 op achterlijn. Speler op achterlijn past onderhands terug, rent naar het net, tikt deze aan en rent terug naar achterlijn. 15x daarna wisselen. 

5. tenslotte samen overspelen. 


- 1 en 2 houden het net vast 
- C speelt bal in achterveld
- 1 verdedigt op 2
- 2 set-up op 1 
- 1 slaat geplaatst naar links of rechtsachter
- 3 en 4 de volgende

  • Rijtje aanvallers op buiten zonder bal
  • Trainer gooit bal naar SV
  • nr 1 aanval op buiten, waarbij er goed op de aanloop wordt gelet en men moet 2 armen gebruiken om omhoog te komen. Aanvaller haalt de bal en legt deze in de ballenkar.
  • Eerst rustig tempo en later in een hoger tempo. Maar de armen moeten beide omhoog!
  • 1 gooit bal onderhands aan                                  
  • 2 set up tweede tempo
  • 1 loopt aan, maakt aanval en brengt beide armen omhoog
  • 3 verdedigt, haalt bal op, rolt naar 4
  • 4 geeft bal aan 1 
  • na 5 goede ballen 1>3>4>1 doordraaien
  • Daarna gooit 3 de bal op 1
  • 1 passt naar 2
  • 2 geeft set up op 1
  • 1 maakt aanval en brengt beide armen omhoog
  • 3 verdedigt of krijgt bal van 4
  • na 5 goede ballen, 1 >3>4>1


  • speler gooit bal naar verdediger
  • deze passt naar SV
  • SV geeft setup 
  • aanvaller slaat, denkt daarbij goed aan de armen, 
  • Als set up niet goed ligt, slim spelen op positie 1, 5, of kort op 2 of 4
  • Aanvaller haalt bal legt hem in de bak en gaat in rij passers staan.
  • passer wordt aanvaller 
  • T gooit bal naar rijtje passers
  • Pass naar SV op 2/3
  • SV geeft een goede set up op 52 (buiten)
  • Aanvaller speelt BH naar hoepel op positie 1
  • Daarna naar hoepel op positie 5


Als het goed gaat een wedstrijdje ervan maken, elke keer als je een hoepel raakt, 1 punt

Pass opstelling van 3 personen aan 1 kant van het net, 4e speler vangt af en telt. Andere zijde van het net overige spelers serveren.

Hoog tempo serveren - per passer moeten er 10 ballen goed gepast worden

teamopstelling

Trainer serveert en gooit nadat de bal weer terug is, een bal in het veld.

Na 3 ballen doordraaien

  • 4 bij de achterlijn en 4 bij het net met bal.
  • Er wordt op links aangeslagen na de actie duik je naar de achterlijn. En dan rechts aangeslagen.
 bal wordt onderhands naar elkaar gespeeld vanaf de 4 meterlijn
- na spelen blok op het midden
- verplaatsen naar rechts en blok
- onder het net door en blok
- lage verdediging terug naar de rij
  • Tr speelt de bal naar verdediger B 
  • B passt naar sv sv geeft een setup naar positie 2, 3 of 4 
  • C vallen aan 
  • D zorgen voor de blokkeringen 
  • E probeert de bal te verdedigen
  • Het team staat in opstelling. 
  • Middenspeler maakt blokpassen naar links om daar de ´aanval´ te blokkeren.
  • De andere spelers bewegen naar bijbehorende positie. Middenspeler beweegt naar rechts om op rechts met SV te blokkeren. 
  • De overige spelers bewegen naar de bijbehorende positie in het veld. Dit aantal maal herhalen in één beweging.
  • Allen een keer op elke positie.

In de oefening van vandaag komen de volgende technieken aan bod: serveren, aanvallen, pass en spelverdeling. De nadruk ligt echter op de pass en het spelverdelen. De spelverdelers moeten bij deze oefening kijken, goed nadenken en adequaat reageren.


Het schematische plaatje lijkt ingewikkelder dan de oefening is. De oefening loopt als volgt (ik houd de nummering van de rode getallen aan):

  • 1 speler 3 serveert
  • 2a een van beide spelverdelers rent naar de positie op rechtsvoor (de spelverdelers wisselen elkaar af)
  • 2b een van beide passers (in dit geval speler 2) passt de bal naar rechtsvoor
  • 2c speler 3 (die net heeft geserveerd) rent naar de achterlijn van de andere speelhelft
  • 3 de spelverdeler geeft een setup naar de speler die NIETgepasst heeft. Een setup naar het midden als de speler 1 heeft gepasst en een setup naar buiten als speler 2 heeft gepasst.
  • 4+5 de speler die niet heeft gepasst val aan (in dit geval speler 1)
  • 6a de aanvaller haalt zijn eigen geslagen bal op en sluit achteraan bij het rijtje serveerders.
  • 6b de plek waar de aanvaller stond wordt ingenomen door de eerste speler uit het rijtje achter het speelveld.

Zodra geslagen is wordt gelijk de volgende service uitgevoerd.


Nodig:

  • minimaal 9 spelers;
  • paar ballen;


  • het is de  bedoeling om 3 op een rij te krijgen
  • 2 teams per spel
  • 9 hoepels in een vierkant (3x3)
  • ieder team heeft 3 lintjes, elk team zijn eiegen kleur
  • de eerste van elk team rennen naar de hoepels en leggen lintje neer
  • snel terug en de volgende AANTIKKEN
  • de eerste speler die geen lintje meer heeft (deze liggen inmiddels in het vierkant) mag een lintje verplaatsen
  • het team dat het eerst 3 op een rij heeft , heeft gewonnen
  • Trainer gooit bal over het net
  • de 3 spelers staan met de handen vast in een kringetje.
  • Ze starten op de achterlijn en proberen de aangegooide bal van de trainer in de kring te laten vallen.
  • Dit mag na 1 stuit. 
  • Je kunt dit heel makkelijk aanpassen aan niveau van de spelers die je tegen je over je hebt staan.
  • Allemaal 1 bal en bij de muur.
  • Gooi bal voor jezelf op en maak een smash via de grond tegen de muur.
  • Let op beide handen de lucht in en sla pols over de bal heen.
2 teams proberen elkaar af te gooien. Net is op tennis hoogte. Als je af bent ga je ballen rapen voor je team genoten. Als de bal gevangen wordt mag er een team genoot terug. Wanneer je toetst en vangt mag iedereen terug en is de gooier af. Wie heeft het eerste het veld van de tegenstander leeg. Afweren is af je moet ontwijken. Je moet lager dan de schouders raken.

Trainer staat aan ander kant van het veld

  • Trainer slaat op de bal
  • en gooit de bal aan


  • Spelers staat linksachter en toetst de bal naar midvoor in de korf.
  • Daar staat af vanger en die brengt bal bij trainer en gaat dan 3x opdrukken.
  • Toetser gaat dan af vangen


  • Idem alleen nu staat speler rechts achter.
  • Afvanger brengt bal bij trainer en gaat dan 2x blokken
  • 3 tallen.
  • A en B staan bij het net en C staat tegenover A.
  • A gooit bal op C, C toetst naar B en B speelt bh bl langs het net naar A.
  • Als het goed gaat speelt A ook bh door op C en dan doorgaan dus.
  • Gaat het niet goed dan vangt A af en begint opnieuw.
  • Let goed op:
    • dat het rechterbeen voor staat  bij de setup
    • dat het rechterbeen vast staat 
    • en energie inzet vanaf linkervoet
  • Doordraaien na 10 x
  • 5x opdrukken (mag ook op knieën)
  • 35 sec. planken (rechte rug) 3x met 15 sec rust tussen door.
  • op je rug liggen, 1 minuut fietsen
  • 10x hele buikoefening 

In tweetallen:

ingooien (overgooien 2 armen, 1 arm links en rechts, stuiteren idem, slaan)

bovenhands overspelen, 40X

onderhands overspelen 40X

achter in het veld werken: links-rechts, achterlijn korte bal (eventueel duiken)

  • In ieder veld 
    • 1 passer, 
    • 1 afvanger, 
    • 1 reserve en 
    • 2 serveerders.
  • Serveren, reserve, passen, afvangen en serveren. 
  • Achter je bal aan lopen.
  • trainer gooit de bal naar middenspeler
  • Deze passt naar SV
  • SV geeft setup
  • Aanvaller speelt bal SLIM over het net
    • dus vlak obver het net
    • OF achter in het veld in de hoeken
  • Aanvaller haatl de bal en legt deze bij trainer (in de bak)
  • Iedereen draait steeds 1 plek door (loopt achter eigen bal aan)
  • Leg eventueel hoepels (= tegenstanders) neer waar ze niet moeten spelen
  • Steeds aanwijzingen geven

Rondje buispieren 

  • Aan iedere kant van het net een rij spelers
  • Serveer rechtdoor op de mat.
  • Raak is 1 punt!
  • Loop achter je bal aan en sluit dan aan overkant in de rij aan.
  • Concentratie (2x stuiteren bv en ook echt doen)
  • 3-tallen
  • 1 bij het net
  • andere 2 aan 2 kanten achterin het veld
  • B gooit bal op A
  • B onder het net door
  • A speelt de bal ONDERHANDS naar C
  • C speelt de bal ONDERHANDS naar B
  • B vangt de bal
  • B gooit de bal naar C
  • B onder het net door
  • C over het net naar A

  • Speler A gooit/slaat de bal richting speler C. 
  • Speler C passt de bal naar speler B. 
  • Speler B zet de bal op. 
  • Speler C valt aan. 


Doel: 3e bal proberen te aan te vallen/spelen op de matten (rechtdoor of diagonaal). 

Na elke bal een plaats schuiven in eigen groepje. 

Uitbreiding: Bij voldoende spelers zou men er ook voor kunnen kiezen om een blok te plaatsen.

  • 2 gelijkwaardige teams maken.
  • Ieder team heeft 1 bal op eigen veld
  • Trainer gooit een rallybal in het veld bij een team
  • Team speelt 3 keer over voor dat de bal naar het andere team gaat
  • Speler mag maar 1 bal te gelijk in de handen hebben
  • Als de bal valt of iets dergelijks heeft het andere team een punt

Om het springen te oefenen 2 tallen maken.
Het gaat niet om de aanloop maar puur om het springen.

1 van de 2 gaat op de grond zitten met de voeten recht vooruit en de armen gespreid.
De ander springt over bijvoorbeeld de rechterarm hierna over de benen en dan weer over linker arm. (5 rondjes en dan wissel)


In ieder veld 1 passer, 1 afvangen, 1 reserve en 2 serveerders.
bij 12 spelers 2 passers neer zetten en altijd de binnenste passer naar midvoor laten gaan.
en de speler bij de buitenlijn komt naar midden en reserve gaat naar buiten.

Serveren, reserve, passen, afvangen en serveren. Achter je bal aan lopen.


Ladder lopen op hoog tempo. Kan uitgebouwd worden met links-rechts uit de ladder stappen met één of twee voeten.

Slalom om de pionnen.

Aanvalspas naar het net en shuffle schuin achteruit (3x aanvalspas en 2x shuffle).

Stap onder het net door.

Zijwaarts langs het net met hoofd onder de netrand.

Maak een duik schuin het veld over.

Loop om de pion heen en sprint over de achterlijn.

Looppas terug naar startpositie.

 

Doel: verplaatsen naar de bal en techniek. 

  • 3 man staan bij het net
  • de eerste gooit een verre bal aan op de 7meter lijn, 
  • vervolgens komt er een korte bal en weer een diepe bal achterin. 



  • 3 pass opstelling + 1 SV  
    • pass bij spelverdeler = 1 punt  
    • sv dropt bal in Korf = +2 punt
    • fout service = 1 punt
    • foute pass =-1 punt. 
  • Na 2 services = doordraaien
  • Teams van 3 maken, 
  • spelen 3 tegen 3. 
  • iedere speler mag 1 keer de bal aanraken en bal moet 3 gespeeld worden.
  • Ieder team dat het veld in komt heeft een bal, deze gaat ook mee in het veld

Het doel van de kern is, dat de spelers de bal bovenhands ver kunnen spelen

  • De spelers staan in tweetallen tegenover elkaar en spelen bovenhands
  • Handen goed boven het hoofd, vanuit de benen, lichaam strekken en bal nawijzen
  • De spelers gaan steeds verder uit elkaar staan.


  • Daarna vormen we twee rijtjes schuin over het veld en we spelen BH, achter je bal aan

  • 3 tallen 1 bal.
  • A en B staan bij het net en C staat tegenover A op de achterlijn.
  • A speelt bal naar C, C speelt BH diagonaal naar B
  • Ondertussen verplaatst A zich tegenover B en dan speelt  A de bal BH naar C.
  • Na 20 x passen doordraaien

Behalve techniek is bij volleybal ook communicatie belangrijk. En beide aspecten gelden ook voor deze oefening. En adequaat reageren op situaties die anders verlopen dan normaal. Bij een dergelijke oefening zie je heel goed hoe verschillend spelers en in dit geval speelsters zijn.

  • We beginnen eerst met 5 minuten serveren voor iedereen. 
  • Daarna begint deze oefening

  • Drie spelers stellen zich op om te gaan passen (de nummers 3, 4 en 5). Speler 2 staat klaar aan de zijkant van dezelfde speelhelft. De andere spelers staan klaar met bal om te serveren aan de andere kant.
    • Speler 1 serveert de bal (en loopt daarna gelijk naar de plek waar speler 2 al staat)
    • Een speler passt de bal. Een andere speler geeft een setup. En de derde speler speelt de bal over het net. Alle drie de spelers moeten de bal spelen, of een pass, of een setup, of een aanval.
    • Als de bal over het net is, draaien de spelers door: 2 gaat het veld in (waar 3 eerst stond) 3 gaat naar mid-achter, 4 gaat naar de plek van 5 en 5 gaat de serveer plaats van de andere helft.
    • Dan kan de volgende speler serveren, op de tekening is dat speler 8. Enz.

Team opstelling kant A, overige spelers kant B in twee rijtjes op positie 2 en 4.  Wordt aangevallen op het team.

accent ligt op juist zetten van de blokkering en de verdediging. In de verdediging zorgen dat je laag zit, op je voorvoeten en verplaatst tot de bal geslagen wordt. 

Let op: wat zijn je afspraken in de verdediging tov het blok

  • Trainers: Basis voordoen, rechter been voor, plank maken, instappen, etc.
  • In tweetallen met 1 bal. Speler bij het net gooit bal aan speler achterin en die passt netjes terug. Is pass goed dan mag je bovenhands doorspelen maar streng zijn!! 20 ballen dan wisselen.
    (Punten telling elke goede bal is een punt.)
  • Idem alleen nu krijg je kort/lang de balen aan gegooid. Dus achter speler moet voorwaarts/achterwaarts verplaatsen.
  • Er is één tikker.
  • Ongveer 2 a 3 ballen per 6 spelers 
  • De tikker moet proberen de deelnemers zonder bal zo snel mogelijk te tikken.
  • De personen die een bal hebben kunnen niet getikt worden.
  • Zij moeten echter wel ‘sociaal’ zijn en de bal naar de persoon gooien die bijna wordt getikt!
  • Als iemand is getikt, dan wordt diegene de tikker.

Twee teams van minimaal drie spelers. Allemaal een fitnessbal. het is een partytje. je mag de volleybal alleen met de fitnessbal overspelen.

TR gooit vanaf de andere zijde van het vekd de bal aan

Om en om moeten de spelers deze bal passen naar positie 2/3 (hier staan een paar afvangers.
De afvanger vangen de bal en brengen deze weer bij de TR --> gaan dan zelf weer passen

Rotatie: passer --> afvangen --> bal bij TR --> passen

Serveren vanaf de andere zijde van het veld

Om en om moeten de spelers deze bal passen naar positie 2/3 (hier staan een paar afvangers.
De afvanger vangen de bal en brengen deze weer bij de TR --> gaan dan zelf weer serveren

Rotatie: passer --> afvangen --> bal bij TR --> serveren


Veld in helft verdeeld over de lengte

2 rijtjes spelers op achterlijn in iedere helft

2 spelverdelers aan het net in iedere helft

Coach en ass serveren van andere kant

Voorste spelers komt inlopen en passt ball naar SV

Bal terug naar coach en ass.

Elke oefening (of kies een aantal) wordt 30 seconden gedaan, gevolgt door 15 sec rust: 

- Knieheffen op de plaats
- Muurzitten en bal doorgeven
- Push-Ups (ieder op eigen niveau)
- Sit-ups (rechte en/of schuine buikspieren)
- Bankspringen: 

a. 2 benen zijwaarts met bank ertussen. Daarna erop en eraf springenen

b. Met 2 benen op de bank springen (zijwaarts) en er weer af. Dan weer naar links op de bank en er weer af. 30 sec op je eigen plaats.

Behalve techniek is bij volleybal ook communicatie belangrijk. En beide aspecten gelden ook voor deze oefening. En adequaat reageren op situaties die anders verlopen dan normaal. Bij een dergelijke oefening zie je heel goed hoe verschillend spelers en in dit geval speelsters zijn.

We beginnen eerst met 5 minuten serveren voor iedereen. 

Daarna begint deze oefening


Drie spelers stellen zich op om te gaan passen (de nummers 3, 4 en 5). Speler 2 staat klaar aan de zijkant van dezelfde speelhelft. De andere spelers staan klaar met bal om te serveren aan de andere kant.


  • Speler 1 serveert de bal (en loopt daarna gelijk naar de plek waar speler 2 al staat)
  • Een speler passt de bal. Een andere speler geeft een setup. En de derde speler speelt de bal over het net. Alle drie de spelers moeten de bal spelen, of een pass, of een setup, of een aanval.
  • Als de bal over het net is, draaien de spelers door: 2 gaat het veld in (waar 3 eerst stond) 3 gaat naar mid-achter, 4 gaat naar de plek van 5 en 5 gaat de serveer plaats van de andere helft.
  • Dan kan de volgende speler serveren, op de tekening is dat speler 8. Enz.

Nodig:

  • 4 ballen
  • 7-8 spelers
  • rijtje spelers achter de achterlijn
  • eerste gaat op buik liggen
  • trainer staat aan andere kant van het net
  • slaat op de bal en gooit de bal
  • speler staat op en passt naar midvoor/SV
  • SV vangt af of pakt de bal en brengt deze naar de trainer
  • passer wordt SV
  • probeer hoog tempo te houden


  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • creeer met 4 pionnen een virtuele lijn waar ze achter moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in het veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  
  • deze speler passt bal in de korf
  • eigen bal naar de trainer brengen
  • Rij 1 spelers klaar  om bal te spelen
  • Rij 2 spelers achter trainer met ball
    • Voorste duwt trainer bal in de hand en sluit aan in rij 1
  • Trainer gooit de bal het veld in en speler uit rij 1:
    • Rent naar de bal, laat hem 1x stuiteren, 1x OH en dan vangen
    • Rent naar de bal, laat hem 1x stuiteren, 1x BH en dan vangen
    • Rent naar de bal, laat hem 1x stuiteren, 1x OH, 1x BH en dan vangen
    • Rent naar  de bal NIET stuiteren, en raakt hem hoe dan ook : duiken dus.
  • Met bal achter aan sluiten in rij 2
  • Hoog tempo en aanpassen aan speler.

Trainer staat in de hoek van het veld met rij kinderen achter zich. De kinderen hebben allemaal een bal in de hand. Speler geeft bal aan jou en jij stuit de bal in het veld en speler probeert de bal voor de 2de stuit te spelen naar de spelverdeler. Ook hier kun je per speler dit makkelijk of moeilijker maken.

  • 2x rennen
  • 2x zijwaarts
  • 2x kruispas
  • 2x hakken-billen
  • 2x knieheffen
  • 10/15 tellen planken
  • 20 sit-ups
  • 10 pus-ups

2ballen, 3 spelers bij het net 1,2,3

na 20 ballen voor SV 1 positie doordraaien

  • s1 loopt naar midden veld
  • gooit/speelt de bal naar s2 (SV)
  • SV geeft setup naar linksvoor
    • dit kan ook vangen gooien zijn
  • S1 vangt setup op linksvoor
  • s3 loopt inmiddels terug naar  midmid
  • en gooit de bal aan op SV deze geeft setup (evt vangen gooien) op rechtsvoor
  • S3 loopt naar rechtsvoor en vangt bal
  • Let op: verplaatsingen van s1 en s3 allemaal met gezicht naar het net
  • als de oefening  gaat lopen kun je steeds meer technieken gaan gebruiken. BH ipv aangooien etc

gewoon even iedereen voor zichzelf oefenen

  • Met gestrekt armen vangen en gooien.
  • hoog opgooien en vangen
  • hoog opgooien , BH en vangen
  • hoog opgooien, OH en vangen
  • 2 teams, 1 met lintjes om en 1 bal en 2 matten.
  • Je gooit bal over en mag niet lopen met de bal.
  • Je kunt scoren door de bal op de mat te smashen vanuit een opgooi voor je zelf.

Groep in 3-en splitsen

Veld 1)

  • leg in elk veld op een willekeurige plek een mat.
  • Aan 2 kanten staat een groepje om te serveren. 
  • Serveer op de mat. 
  • Dan loop je achter je bal aan en sluit je aan de overkant aan in de rij.
  • Wie heeft de mat het meeste geraakt?

Veld 2)

  • 2 tallen met 1 bal.
  • 1 veld vol hoepels.
  • Speler 1 staat in een willekeurige hoepel en speler 2 serveert daar heen.
  • Vangt speler 1 de bal zonder uit de hoepel te stappen dan is de hoepel voor het tweetal.
  • Wie heeft uiteindelijk de meeste hoepels?
  • per hoepel een punt

Veld 3)

  • 2 toetsers en 1 afvanger.
  • De rest gaat serveren.
  • Je serveert om te scoren en daarna wordt je toetser.
  • Toetsers moeten proberen 1x te toetsen en de ander vangen 
  • Toetser wordt afvanger en afvanger gaat serveren.
  • Je scoort een punt als de toetser de bal niet in 2x kunnen vangen
  • 2 tallen
  • bovenhands overspelen
  • eerst een keer voorjezelf omhoog dan naar  je medespeler

Image title

  • Verdeel de groep in 4-en en verdeel ze gelijkelijk over positie 1,2,3 en 4
  • Daar maken ze rijtjes achter elkaar
  • Trainer gooit bal naar 1 (evt op bal slaan als teken)
    • 2 loopt naar midvoor (want bal komt van 1)
  • 1 speelt naar midvoor
    • na het spelen loopt 1 naar  rij bij 2
  • 2 speelt de bal langs het net
    • als bal gespeeld is loopt 2 door naar rij bij 3
  • op het moment dat 2 de bal raakt loopt 3 naar het net
  • 3 speelt de bal rustig over het net naar 4
    • na het spelen sluit 3 achteraan bij rij 1
  • 4 geeft de bal aan Trainer
  • na een aantal rondjes afvangers 4 vervangen
  • LET SPECIFIEK OP:
    • spelverdeler rechterbeen voor
    • lichaam eerst in richting van 1 waar de bal vandaan komt
    • dan draait het lichaam door energie vanuit de linkervoet langs het net
    • uiteindelijk wijzen de knieen over de voeten in de speelrichting
  • eventueel kan de eerst volgende in de rij bij 2 kijken of spelverdeler de rechtervoet voor heeft staan bij spelen.
    • Zo ja: dan roept deze "GOED"
    • Zo nee: dan roept deze "VOET"
    • (doe dit alleen als de de oefening op zichzelf soepel doorloopt)


Dode vis met bovenhandse service

  • Trainer staat achterin het veld.
  • Speler staat op rechtsvoor en krijgt bal op het midden van trainer.
  • Speler komt inlopen en speelt bal in de korf.
  • Op moment van loslaten duik je naar de zijlijn.
    • Eventueel krijgt spelker daar een duikbal van een 2e trainer        
    • let op glijden op buik 
  • Speler bij de korf vangt af en gaat in de rij staan.
  • Duiker gaat bij de korf staan.


3 tallen A B C

  • A speelt bh naar B
  • B speelt bh naar A
  • A speelt bh naar C
  • C speelt bh naar A



  • Trainer staat op achterlijn en gooit bal aan op midvoor.
  • Sv komt van rechtsvoor inlopen en geeft set up en die valt aan.
  • Aanvaller is accent!!
  • ga in paren van 2 naast elkaar op de grond liggen.
  • 1 tikker en 1 loper.
  • Loper gaat naast een paar liggen en is dan veilig.
  • Degene die aan de andere buitenkant van paar ligt wordt de nieuwe loper.
  • Als loper getikt wordt, wordt deze tikker.
  • 2 rijen spelers
    • 1 rij op links achter
    • 1 rij op rechtsachter
  • creeer met 4 pionnen een virtuele lijn waar ze achter moeten staan
  • trainer staat aan andere kant van het net  en gooit bal ergens in het veld
  • 1 van de 2 voorste in de rijen roept LOS of IK (afspreken)  
  • deze speler passt bal over het net naar de vorige speler
  • een ronde vangen voor de volgende
  • Had je de bal niet, sluit aan in de kortste rij

1 - duik naar 3 meter
2 - aanval sprong met slag beweging
3 - blok op mid en op links 
4 - blok tegelijk met 3 blok, uitstappen en 2 x duik naar achterlijn 
     ( links, rechts)
5 - lage verdediging naar 6 over de achterlijn
6 – sprintje terug
 3 keer rond

Enkels, knieen, heupen, schouders, nek, polsen losmaken

Buikspieroefeningen

20 x omhoog, 20 x enkels aantikken, 20 x voet aantikken, 20 x knieen naar links, 20 x knieen naar rechts

Movement prep en core stability:

hip cross over 10 x,  scorpion 10 x, planken 10 sec, planken links, planken rechts



Twee tallen 1 zit er op de grond de ander staat.

De speler die staat moet de tenen van de gene die zit aanraken. hij mag niet over de speler die zit heen hangen.

De basis:


  1. Met een been opzij uitstappen.

  2. Boven lichaam naar beneden brengen.

  3. Handen naar voren stekken in de pass beweging.

  4. Jezelf opvangen met je handen.

  5. En door glijden.


Met een bal:


  1. Met een been opzij uitstappen vlak voor de bal.

  2. Boven lichaam naar beneden brengen.

  3. Handen naar voren stekken en pakt de bal

  4. Je gooit de bal omhoog.

  5. Jezelf opvangen met je handen.

  6. En door glijden.

warm lopen 2 rondjes, half rondje knieheften, half rondje hakken/billen, zijwaarts en sprint.

  • 4 tegen 4 op een veld tot 7 meter
  • Slim spelen, 
  • prikballen

* je maakt tweetallen, ieder aan 1 kant van het net.

* 1 van het tweetal heeft een bal, de andere zoekt een plaats uit in het veld.

* degene met bal probeert op zijn partner te serveren.

* Na de service wisselen de spelers om van taak.

2 banken tegenover elkaar met keeper voor de bank. 2 teams die dmv laag zitten en kijken met platte hand tegen de bal aan slaan om zo te scoren. Bal mag niet omhoog.
  • de trainer staat aan het net. 
  • 1 persoon in het veld. 
  • de trainer gooit moeilijke ballen 
  • de persoon in het veld moet ze de ballen 3 keer achter elkaar aanraken. 
  • doet hij/zij dit niet ga je door tot het hem/haar is gelukt. 
  • de rest van de spelers staan om het veld heen om de ballen af te vangen en in terug te leggen in de kar.
  1. Sta rechtop met je voeten iets verder dan schouderbreed uit elkaar.
  2. Pak je voeten vast bij je tenen, terwijl je je benen gestrekt houdt.
  3. Beweeg je heupen naar beneden totdat ze tussen je enkels zitten en beweeg je borst vooruit.
  4. Beweeg je heupen weer omhoog tot je benen gestrekt zijn. Houd hierbij je rug recht en blijf je tenen vasthouden.

  • Opstelling in systeem.
  • vooral vanuit spel-situatie
  • 3 spelers serveren, 6 spelers in het veld.
  • na 7 minuten wisselen van 3 tallen.

In tweetallen lekker fanatiek inspelen.

Blok verdedigen met duik

  • 1 blokkeert eerst op midden en dan op linksvoor
  • na blok omdraaien en verdedigt aanval van 3 terug
  • daarna verdedigt (in duik) korte bal van 5
  • 2 is de volgende
  • Doordraaien: 1 naar korte bal,  3 naar blokkering,  5 naar aanval
  • Als volleyballers vinden dat ze te vroeg met de aanvalspas beginnen, 
  • of de trainer vindt dat de aanvallers te vroeg komen, is dit een goede oefening.


  • De spelverdeler wordt neergezet met een ballenbak. 
  • Deze krijgt de opdracht om 5 of minder keer voor zichzelf op te spelen. 
  • De aanvallers weten niet hoe vaak dit gebeurt en kunnen dus pas vertrekken als de set-up gegeven is, niet daarvoor.
  • De aanvallers zullen agressiever in moeten komen en bouwen meer snelheid op en dus meer hoogte, mits een goede rempas.
  • Gaat dit goed, dan kan de trainer beslissen om de spelverdeler dichterbij de aanvallers te zetten, zodat de afstand die de set-upper moet afleggen verkort wordt. 
  • Hierdoor moeten de aanvallers nog alerter worden.
  • 2 tallen met 1 bal. 
  • 1 veld vol hoepels. 
  • Speler 1 staat in een willekeurige hoepel en speler 2 serveert daar heen. 
  • Vangt speler 1 de bal zonder uit de hoepel te stappen dan is de hoepel voor het tweetal. 
  • Wie heeft uiteindelijk de meeste hoepels?
  • per hoepel een pun1
  • Start bij de achterlijn, 
    • naar de 3meterlijn, 
    • terug naar de achterlijn
  • Naar de middellijn, 
    • bloksprong, 
    • duik, 
    • achterlijn

Deze oefeningen kan in allerlei varianten.

  • 2 gelijke groepen van 5 a 6
  • estaffete.  dus welke groep is als eerste klaar
    1. speedladder
    2. onder 'mat op banken' door
    3. 10x touwtje springen
    4. slalom door palen heen
    5. klim over kast
    6. 3x opdrukken
    7. 10x met 2 benen op bank springen
    8. tik volgende aan
    9. LET OP: smokkelen is opnieuw beginnen met onderdeel (niet gehele parcours natuurlijk)
  • begin bij de achterlijn (of andere lijnen kiezen)
  • 1 lijn naar voren aantikken
  • terug naar startlijn -> aantikken
  • 2 lijnen naar voren -> aantikken
  • 1 lijn terug -> aantikken
  • 2 lijnen naar voren -> aantikken
  • etc

4 potjes voor de eerste persoon, nadien per bijkomende persoon 2 potjes

Elk potje krijgt een nummer (1, 2, 3, 4). Trainer roept nummer. Spelers moeten zo snel mogelijk die nummer tikken en terug in het midden van het vierkant gaan staan.

Bij 'wissel' schuiven ze 1 vierkant naar voor en gaat de voorste speler, naar het vierkant achteraan.

-  1 opslag, pass op S
-  S set-up op 3 meter op een van de passers
-  idem andere kant
-  rally maken
-  opslag van af de kant waar de bal op de grond komt

  • Speler doet opslag naar de overkant; 
  • iemand van de twee achterspelers moet de bal naar de passer brengen. 
  • Passer vangt de bal af, maar als de bal naar ergens anders vliegt, moet de passer nog proberen om hem te vangen.
  • Diegene die receptie heeft gedaan, 
    • wordt passer; 
    • passer gaat opslaan; 
    • reservespeler wordt receptiespeler

Gezamenlijk warmlopen er wordt iemand aangewezen die telt:

  1. 12x looppas
  2. 3x zijwaarts
  3. 3x kruis pas
  4. 1x knie heffen
  5. 1x billen tik


Achterlijn naar het net en terug is 1x

Na het lopen is er 5 minuten ruimte om te rekken en streken



Zet de dikke mat tegen het net aan. 

De aanvaller moeten hun aanval tegen de dikke mat aanslaan. De verdedigers moeten achter de aanvaller zitten om de bal te verdedigen. 

Nodig:

(buitenaanvaller 4, middenaanvaller 3, spelverdeler 2, buitenaanvaller 5)


 

  • Coach gooit de bal aan op passer/loper 1. 
  • Deze geeft een pass naar positie 3, waarna de spelverdeelster inloopt. 
  • SV geeft een setup op passer/loper 1 of midden 1(X1).


  • Passer/loper en midden vallen aan als ze de kans hebben, 
    • anders moeten ze in het midden prikken, 
  • zodanig dat de vrije netverdediger (2) en de midachter (3) er niet bij kunnen en de bal niet valt in het geacceerde gedeelte van het veld.


  • Deze oefening gebruik ik als voorbereiding op een wedstrijd waarbij er door de tegenpartij in een 3-2-1 opstelling verdedigd wordt en waar de zwakste schakel de midachter is. 
  • De al moet dan ook daar geprikt worden waar de vrije netverdediger er niet bij kan en de bal toch nog ver genoeg voor 3 valt.

Om de buikspieroefeningen wat leuker te maken doe ik soms de volgende oefening.

  • Laat 2 speelsters op ongeveer 2 meter van elkaar op de grond zitten en laat ze bovenhands overspelen. 
  • Elke keer als ze de bal gespeeld hebben moeten ze de rug weer achterover richting de grond bewegen en weer opkomen met de buikspieren als de bal weer naar ze gespeeld wordt.
  • Hert zal niet altijd even zuiver gaan, maar dat is juist goed. 
  • Als ze de bal naast zich moeten spelen, dan gebruiken ze ook direct de schuine buikspieren.
  • Zorg ervoor dat je zelf wat ballen in de hand hebt om die direct weer aan hen te geven als de bal een keer weg rolt, anders is de intensiteit te laag.
  • Maak tweetallen.
  • Ga tegenover elkaar staan met een niet te grote afstand.
  • Speel de bal bovenhands naar elkaar toe.
  • Ga de afstand tussen elkaar terwijl je door blijft overspelen, vergroten door een pas naar achter te doen.
  • Blijf de bal op de juiste afstand naar elkaar spelen.
  • Als je een grote afstand hebt bereikt ga je de afstand weer verkleinen.

Ping Pong in het groot, de dikke matten worden op de 4 banken gelegd zo dat het samen met 2 kasten in het midden een groot Ping Pong veld vormt.

Het team opdelen in twee groepen. Aan beide kanten staat een trainer/aangooier. 3 à 4 staan te verdedigen. Zodra de bal op de grond valt, mogen de andere speelsters. 

  • 2 spelers staan niet te ver van elkaar en tennissen de bal over met 1 gestrekte arm
  • dus links vh lichaam met linkerarm en rechts vh lichaam met rechterarm
  • deze oefening is een voorbereiding op service pass armen naast het lichaam

In 2 tallen tegenover elkaar:

  • 3 ballen hooghouden waarbij je maar 1 bal tegelijk in je hand mag hebben.
  • 4 ballen hooghouden waarbij je maar 1 bal tegelijk in je hand mag hebben.
  • In totaal 3 ballen, waarbij 1 bal tussendoor gegooid wordt en beide 1 ‘eigen’ bal hebben. Voordat je de gegooide bal vangt, gooi je je ‘eigen’ bal omhoog, vangt de gegooide bal, gooit deze weer terug en vangt je ‘eigen’ bal. Enzovoort.
  • 1 bal bovenhands spelen, 1 bal stuiteren tussendoor via grond.
  • 1 bal bovenhands spelen, 1 bal overschieten over grond.
  • 1 bal onderhands spelen, 1 bal rollen met gestrekte armen over grond.
  • maak een plank
  • ga met zijn allen in een kring liggen
  • x aantal seconden, y keer
  • heup niet laten zakken!



http://www.youtube.com/watch?v=31O8qYbeo3Uh

Met tweetallen de bal overgooien in combinatie met lichaam balans.

  • Staan op 1 been.
    • Gooien met 1 hand
    • Gooien met 2 handen
    • Na opvangen grond aantikken met de bal
  • Steeds na elke 5 ballen van been wisselen per oefening

Rondjes lopen om warm te worden. Geschikt voor begin van de training

3 tallen met 1 bal. Speler a en speler b staan naast elkaar bij het net en speler c staat recht tegenover a. A gooit bal naar c en c speelt onderhands naar b. c verplaatst zich tegenover b en toetst dan de bal naar a. Als het lukt mag je doorspelen, maar het moet wel geconcentreerd en netjes!

  • Per 2 tal de opdracht uit voeren.
  • 1 werkt en 1 heeft rust
  • Bank op en af met 2 benen tegelijk
  • Opdrukken, denk er om dat ze hun rug recht hebben
  • Bij net staan en aanloop doen en na de landing ga je de 3 meter lijn aan tikken en weer aanloop
  • Tussen 2 lijnen staan en LAAG verplaatsen en zij lijnen aan tikken
  • Bij het net en alleen maar blokken. Handen bij schouders en vanuit knieën omhoog springen
  • Bokkesprong over maatje en na landing kruip je door de benen van je maatje
  • Touwtje springen
  • Deze oefeningen kun je ook dubbel uitzetten

Het veld wordt verdeeld in twee delen met behulp van een antenne. De ploegen worden verdeeld in twee teams van gelijke spelers. We spelen een match tot 10 punten.

- de eerste vijf punten spelen we aan de linkerkant van het ene veld en en het andere veld. De spelers moeten dus diagonaal spelen. 

- Vanaf 5 spelen ze rechtdoor 1 ploeg moet op zijn veld verschuiven. 

- van 10 punten spelen ze terug diagonaal maar gaat het andere team verschuiven. 

- vanaf 15 punten spelen we terug rechtdoor maar ook weer aan de andere kant. 

belangrijk is dat ze goed kijken naar de veldindeling. 

Bij de diagonale opstelling moeten de spelers goed opletten dat wanneer ze rechts van de middenantenne staan dat de bal langs de rechterkant in het veld valt. Hetzelfde als ze links staan dat het aan de linkerkant moet vallen. 

eerst 2 x2

en 3 x 3

dan wisselen en dan 5 tegen 5

2 tallen:

touwtje springen/squad

pass voor achter bewegen

met een arm terugslaan

buikspieren met bal/shuffle

arm tegen elkaar naar binnen en buiten duwen

Over touwladder, shuffelen pionen

Om pionnen heen, stuiterend met bal.

sprinten naar hoepel met bal, stuiteren naar pion, 5x touwtje springen, naar hoepel tegenstander en terug groepje

bal tussen de benen overbrengen naar de overkant

  • zet  spelers in een kom
  • 2 teams tegen elkaar
  • 1 team serveert 3x goed (OH)
  • andere team ontvangt de pas en volgt het systeem als RA of RV passt:
    • pass op MV (evt lintje in net hangen)
    • LV buitenspeler lopen naar MV
    • LA loopt naar LV
    • SV:
      • geeft setup voorover op RV OF achterover op LV
      • OF BH vanggooibeweging
    • zodra bal over het net is draaien LV en LA terug naar originele plek

  • speler 1 bij het net midvoor
  • aantal; spelers op midachter met bal
  • rijtje spelers op links (of rechts) voor
  • 2 korfen als onstakel/blok aan andere kant van het net
  • 2 spelers als verdediging aan aandere kant van het net
  • speler met bal gooit op midvoor
  • midvoor zet HOOG op
  • links voor valt aan
  • als slaan niet lukt: SLIM over het net spelen
  • als bal op de grond komt in het veld heb je een punt
  • verdedigers proberen dit te voorkomen.
  • idereen draait steeds door
    • aangooier wordt spelverdeler
    • spelverdeler sluit aan in rij aanvallers
    • aanvaller gaat onder het net door en wordt 1e verdediger
    • 2e verdediger pakt bal, loopt onder net door en sluit in rij met aangooiers


- 1 verdediger start achter de achterlijn
- C speelt hoge bal in het veld
- 1 komt in en speelt bovenhands naar S
- S set-up achterover naar 4
- aanval rechtdoor, aanvaller haalt de bal
- 1 wordt aanvaller en 2 verdediger

ZET KORF NEER (BLOK IDEE)

Dit spel kun je spelen met elke 4 oefeningen die je kunt bedenken.

1. Maak tweetallen die samen de oefeningen gaan doen
2. elke tweetal krijg een briefje met 4 vakjes waar zij een code in kunnen zetten met de cijfers 1, 2, 3 en 4
3. de trainer maakt een code, dit kunnen 4 verschillende cijfers zijn (4231) of met herhaalde cijfers (2233)
4. de spelers moeten de 4 bedachte oefeningen op volgorde gaan doen van de code die zij hebben opgeschreven. Als zij alle 4 oefeningen gedaan hebben laten zij de code controleren bij de trainer. Die noteert hoeveel goed en hoeveel fout er zijn.
5. de spelers noteren een volgende code en gaan weer 4 oefeningen doen die passen bij de door hen bedachte code.

Bijvoorbeeld
Oefening 1: 5x heen en weer sprinten tussen 9m
Oefening 2; blok links, schuiven, blok midden, schuiven, blok rechts met tweetallen tegenover elkaar en twee keer heen en terug
Oefening 3: zitten op de bank, bal wordt aangegooid, onderhands terugspelen terwijl je opstaat. Beide spelers 5x gooien, 5x vangen
Oefening 4: 10x sit-up | 10x opdrukken | 10x knie 90 graden - spring

Het tweetal dat als eerste de code kraakt wint.

Om ervoor te zorgen dat spelers leren in een ritme te spelen moet de bal steeds 2 seconde onderweg zijn (21 - 22). 

  • Alle spelers gaan tegelijkertijd synchroon proberen te spelen.
  • Dit begint met beide bovenhands.
  • Volgende vorm is dat de speler in het achterveld onderhands gaat spelen en de speler aan het net bovenhands.
  • Zo kan die verder worden uitgebreid.


Het belangrijkste is dat de spelers de bal 2 tellen onderweg laten zijn.

  • De spelers staan naast elkaar op de achterlijn
  • Vanuit de verdedigingshouding wordt één stap naar voren gezet,
    • en wordt het bovenlichaam zo laag mogelijk naar voren bewogen. 
    • Het vooruitgestoken been moet gebogen worden zodat het lichaam laag blijft. 
    • Ondertussen blijven de armen gestrekt naar voren wijzen. 
    • Als het achterwerk van de speler voorbij de voorste voet komt, zal de speler voorover vallen en worden de armen naast elkaar op de grond geplaatst om de val op te vangen. 
  • Terwijl de handen op de vloer staan moet de rug hol getrokken worden en beweegt het lichaam nog iets verder naar voren. 
  • De bedoeling is dat de buik het eerst de grond raakt.
  • Hierna gaat de speler weer staan op de plaats waar hij geland is, en herhaalt de oefening, totdat het net bereikt is. 
  • Meestal lukt dit wel in 2 of 3 duiken.

Deze oefening is leuk om te doen en geeft een hoop lol en competitie! Estafettes in het algemeen zorgen natuurlijk al voor competitie.

Wat deze oefening ook wil nabootsen is de stressfactor die een service met zich meebrengt.


De spelers worden in gelijke teams verdeeld en in rijtjes opgesteld op de serveerplaats van dezelfde speelhelft. De eerste speler van een team serveert en haalt zelf zijn bal op. Nadat de volgende speler is aangetikt, gaat deze serveren, enz.


Het is zaak voor een speler om snel te serveren, maar het moet ook foutloos, want anders moet de bal worden opgehaald en moet opnieuw worden geserveerd!


Nodig:

  • Minimaal 6 spelers
  • Evenveel ballen als er teams zijn



Eerst even inslaan.


1 spelverdeler

1 "schijndode" in de andere speelhelft

1 aanvaller zonder bal

Rest met bal in een rijtje achter de aanvaller.

  • Nummer 1 met bal gooit naar de spelverdeler, die geeft een set up en de aanvaller gaat proberen te scoren
  • De schijndode gaat proberen de bal te passen en te vangen, lukt dit dan is de aanvaller "dood" en moet die de plek van de schijndode overnemen die nu mag gaan aansluiten in de rij
  • Als de aanvaller scoort haalt hij zelf de bal en sluit achter in de rij aan
  • Dit gaat door tot dat er 1 aanvaller overblijft, scoort diegene vervolgens nog een keer is hij of zij de winnaar
  • De laatste bal gooit de trainer aan.



  • 2 teams, elk team heeft zijn eigen veld
  • tegenover elkaar met net er tussen.
  • de spelers gaan tegen elkaar serveren vanaf achter de achterlijn.
  • als een speler een bal fout serveert (in het net, uit, enz.) moet hij aan de kant van het andere team gaan liggen
  • speler mag weer terug als een teamgenootje een bal op hem serveert
  • als een heel team op de grond ligt, heeft het andere team gewonnen
  • De kaarten van 1 volledig kaartspel ( jokers inbegr. ) worden gedekt op de grond gelegd op een centrale plaats in de speelruimte.
  • De spelers zijn verdeeld over 4 ploegen in de 4 hoeken van de speelruimte.
  • Elke ploeg moet een andere soort kaarten verzamelen: harten, koeken, schoppen, klavers.
  • Na signaal mag de eerste speler van iedere ploeg naar het centrale punt lopen om 1 kaart te halen.
  • De speler draait 1 kaart om en moet die meenemen als het de juiste soort ( of een joker) is.
  • Als het een verkeerde soort is moet hij ze gedekt terugleggen.
  • De volgende speler mag vertrekken als hij afgetikt wordt. ( estafette ).


Welke ploeg kan als eerste een rij tonen van 13 kaarten van zijn soort?

Doel : Goede aanloop maken

Accent: allebei de armen gaan omhoog

  • Een rij op buiten, nr 2 gooit de bal naar SV, nr 1 valt aan
  • Een rij op midden of op positie 2,, nr 2 gooit de bal naar SV, nr 1 valt aan

  • Rij op positie 5
  • Rij op positie 6
  • Aangooier gooit bal op positie 5, pass naar SV op 2-3, set up naar positie 3
  • Aangooier gooit bal op positie 6, pass naar SV, set up naar positie 4
  • De aanvaller haalt bal en gaat achteraan in het rijtje staan
  • Daarna met een blok en blokverdediging

Doel: Blok op de goede plaats zetten, handen tegenover de slagarm

jagerbal

  • Leg hoedjes neer op de hoeken van een veld
  • 2 spelers zijn de tikkers, de rest beweegt zich binnen het veld
  • de 2 tikkers moeten de andere spelers tikken met de bal. Ze mogen niet lopen met de bal
  • Door middel van overgooien kunnen de tikkers de andere spelers aftikken
  • Als je getikt bent of buiten het vak komt ben je af en hoor je bij de tikkers


Enkels, knieen, heupen, schouders, polsen en nek losmaken

Buikspieroefeningen met de bal:

bal van linkerheup naar rechterheup, planken 30 sec, met bal liggen en omhoog, mountainclimbers 30 sec, voeten van de grond bal zijwaarts, planken en met voeten springen

lateral lunges, scorpion, hip cross over, inverted hamstring

Lekker fanatiek inspelen

Blok verdedigen met duik

  • 1 blokkeert eerst op midden en dan op linksvoor
  • na blok omdraaien en verdedigt aanval van 3 terug
  • daarna verdedigt (in duik) korte bal van 5
  • 2 is de volgende
  • Doordraaien: 
    • 1 naar korte bal
    • 3 naar blokkering
    • 5 naar aanval


2 of 3 rijtjes verdelen over de achterlijn.
Doel: service moet goed!! 

  • De eerste van elk rijtje serveert de bal en haalt de bal weer op.
  • De volgende mag pas serveren als deze is aangetikt.
  • Als de bal in het net geserveerd wordt moet de bal gehaald worden en weer opnieuw geserveerd worden.

Welk rijtje heeft 100% service score???

3 of 4 tallen maken (ligt aan de hoeveelheid spelers).
1 speler op 7mtr lijn en 2 aan het net.

  • Speler 1 speelt de bal bovenhands naar de speler 2 (7mtr) 
  • Speler 2 speelt de bal onderarms naar speler 3 (net)
  • Speler 3 speelt de bal weer bovenhands naar speler 1.

Indien oefening loopt mag speler 1 de bal bovenhands aanslaan (rustig)

Doel:

Het verbeteren van de pass door achter de bal te blijven

  • Passer staat tegen de achterlijn in de uitgangspositie pass
  • Speler bij het net gooit de bal afwisselend kort en diep aan
  • P verplaatst voor- en achterwaarts en geeft een pass naar S
  • S vangt de pass af
  • Na 10 ballen wisselen


Daarna In 3-tallen:

  • Passer staat in de uitgangshouding in het achterveld en verplaatst zich zijwaarts tegenover speler 1 en 2
  • Speler 1 en 2 gooien om en om een bal aan naar P die de bal onderarms terugspeelt
  • Spelers 1 en 2 vangen de pass af
  • na 10 keer doordraaien

Kniepreventie:

  • Squats (2x12)
  • Lunges (12 elke kant)


Rug/bekken preventie:

  • Planken (zijwaarts en rechte plank) (20sec elk)
  • Zijlig en benen heffen (elke kant 15x)


Schouderpreventie:

  • Plat op de grond en armen in 90° en opheffen (15x)
  • 3 keer naar het net (vooruit en achteruit)
  • 3 keer naar het net, achter 3 meter, naar het net en sprintje terug
  • 2x heen en weer knie heffen (linkerbeen omhoog, linker arm omhoog enz)
  • 2x heen en weer hakken/billen bovenlichaam recht
  • 2x heen en weer laag zittend in verdedigingshouding zijwaarts
  • 3x staand snel voetenwerk 9 meter, dan sprint naar 3 meter
  • Ladder lopen op hoog tempo. Bij elke stap houd de hielen van de grond
  • Slalom om de pionnen.
  • Aanvalspas naar het net en shuffle schuin achteruit (3x aanvalspas en 2x shuffle).
  • Stap onder het net door.
  • Zijwaarts langs het net met hoofd onder de netrand.
  • Sprint schuin naar linksachter.
  • Loop om de pion heen en sprint over de achterlijn.
  • Looppas terug naar startpositie.

 

  • Watten estafette:
  • 2 (of meer) groepen die tegen elkaar strijden.
  • Voor elke groep ligt er een watje en die moet dmv een duik en 1x blazen van de ene zijlijn naar de andere worden gebracht.
  • Je mag starten zodra diegene voor je je aantikt

Enkele toertjes loslopen 

Kniepreventie:

  • Squats (2x12)
  • Lunges (12 elke kant)


Rug/bekken preventie:

  • Planken (zijwaarts en rechte plank) (20sec elk)
  • Zijlig en benen heffen (elke kant 15x)


Schouderpreventie:

  • Plat op de grond en armen in 90° en opheffen (15x)

3 tallen A B C

  • A speelt BH naar B
  • B speelt BH achterwaarts naar C
    • bij achterwaarts staan de ellebogen wel naar buiten
  • C speelt BH naar B
    • c moet goed vanuit de knieen spelen en uitstrekken
  • na 10x 1 plek doordraaien


  • Besteed veel aandacht aan de volgende accenten:
    • Let op bij spelen dat speler geheel uitstrekt en bal 'achterna' wijst.
    • En bij speler die achterover speelt de ellebogen goed UIT elkaar doet en ook goed uitstrekt naar achteren

  • C valt diagonaal aan op 3 en 4
  • 1 en 2 na blok aanval
  • 3 en 4 verdedigen, spelverdeler komt in
  • Set-up naar 1,2 of 3, aanval naar 3 verdedigers.
  • Deze verdedigen voor zichzelf en leggen de bal in de bak

  Team A serveert de bal op 1 van de speelsters van team B

Team B passed en valt aan dmv een 3 meter aanval.

Als er niet wordt aangevallen moet er met 2 handen over het net worden gespeeld in de richting zoals de schouders staan. Dit om de rally door te laten gaan.

Let in de oefeningen goed op:

  • Pass moet hoog komen zodat speler de bal 'bovenhands' kan vangen.
  • Pass naar rechts, rechtervoet voor
  • Pass naar links, linkervoet voor
  • 'Ogen' van de schouders in de speelrichting

De oefening:

  • 3 tallen met 1 bal.
  • 1 en 2 staan naast elkaar, niet te dicht bij het net.
  • 3 staat tegenover 1 achterin het veld.
  • 1 gooit rechtdoor op 3 en 3 toetst diagonaal naar 2.
  • 2 vangt af en gooit dan rechtdoor op 3 en dan toetst 3 diagonaal naar 1.
  • 3 verplaatst zich dus steeds.



Aanvalsaanloop maken:

  • Rechtshandig:  links, rechts, links
  • Linkshandig: rechts, links, rechts

Spelers op lengte bij elkaar

  • aan een kant het net lager
  • speler gooit bal naar  trainer
  • trainer houdt bal omhoog
  • spelers slaan de bal uit de hand van de trainer
  • blijf aan eigen kant van het net

let op aanloop, niet op mooie bal

daarna: aan allebeide kanten links staan. ( aan de buitenkant staan) . In het midden 1 iemand gooit de bal op en de leerlingen in het rijtje smashen de bal over het net heen. 

  • springen doe je met je armen!
  • slaan doe je met je buik!

Tweetallen maken en per tweetal een hoepel

  • 2 spelers in het veld.
  • 1 met hoepel en 1 zonder
  • De bal wordt het veld in gegooid door de trainer
  • de hoepel wordt door persoon 1 op de grond gelegd op de plek waar de bal gaat stuiteren. 
  • De bal stuitert in de hoepel en persoon 2 moet de bal passen. 
  • Persoon 1 geeft dan de set-up en als laatste maakt persoon 1 het af door de bal netjes over het net heen te spelen. 

DOEL:  Meelopen met de bal en de juiste positie kiezen. 

Let in de oefeningen goed op:

  • Pass moet hoog komen zodat speler de bal 'bovenhands' kan vangen.
  • Pass naar rechts, rechtervoet voor
  • Pass naar links, linkervoet voor
  • 'Ogen' van de schouders in de speelrichting

De oefening:

  • 3 tallen met 1 bal.
  • 1 en 2 staan naast elkaar, niet te dicht bij het net.
  • 3 staat tegenover 1 achterin het veld.
  • 1 gooit rechtdoor op 3 en 3 toetst diagonaal naar 2.
  • 2 vangt af en gooit dan rechtdoor op 3 en dan toetst 3 diagonaal naar 1.
  • 3 verplaatst zich dus steeds.



ga in twee rijen tegenover elkaar staan en start het losgooien, telkens aansluiten aan het rijtje aan de overkant door over te lopen en de achterlijn te tikken (afhangend van het aantal spelers)



  • Coach gooit een setup aan op 3 en X aan kant A. 3 en X vallen aan
  •  De 6 aan kant B staan in rally-opstelling en verdedigen de aanvallen.


Blokkering:
  • 1 en X aan kant B kijken naar hun aanvalster om te weten waar ze de blokkering moeten zetten. 
  • X1 sluit aan bij X en 1 door te kijken naar hun voeten en de hare daar naast te plaatsen.


Verdediging:
  • Verplaatsen nadat de setup gegeven is en verplaatsing zolang je kunt.

Verplaatsen zolang je kunt is bij mij het moment dat de aanvalster de bal nog net niet raakt. Op dat moment maak je als verdediger een splitstep en zorg je ervoor dat je lichaamszwaartepunt(LZP) naar voren is gebracht. Dus niet meer naar achteren verplaatsen als de bal geraakt wordt omdat je LZP dan achter je is en je te laat bent om de bal voor je te verdedigen.

Als de bal verdedigd wordt, dan rally uitspelen.


  • C gooit ballen in op 1 die een rallypass(RP) brengt op positie 3.
  • SV mag vertrekken als C op de bal slaat.
  • Sv heeft keuze uit 3 aanvallers.
  • Aanvallers halen bal op en sluiten achteraan.


Bij een redelijke setup moet er altijd geslagen worden, maar als dat niet kan omdat de bal bijvoorbeeld te laag ligt, moet er een andere oplossing gezocht worden.

Let er vooral op dat de passer/lopers en de diagonalen hun aanloop aanpassen als de setup niet perfect is. Ze moeten ervoor zorgen dat ze de bal zo hoog mogelijk pakken voor hun slagschouder.

Stel ook eisen aan de RP!!

  • Op welke plek moet deze komen?
  • hoe dicht bij het net?

 

Laat pas doordraaien in de passing als er een bepaald aantal passes goed zijn. Als het makkelijk gehaald wordt, de bal moeilijker ingooien of het aantal goede passes verhogen.

Aanvallers moeten " fouten" goed maken van de SV. Maar al te vaak wordt er tegen de spelverdeelster gezegd dat de bal zus of zo gespeeld moet worden, terwijl de aanvaller geen enkele moeite doet om de " fout" te corrigeren met haar aanloop. Blijf er attent op dat zij alles doen om de bal alsnog voor de slagschouder te krijgen, zodat ze met druk de bal over het net kunnen krijgen. Daarna mogen ze overleggen met de SV hoe ze de bal hebben willen

Pass en bovenhandse oefening

  • Speler A en A1 hebben de bal. 
  • Deze speler gooit de bal naar speler B/B1. 
  • Speler B/B1 passt de bal 'perfect' terug. 
  • Speler A/A1 speelt de bal vervolgens in de korf. 
  • Speler A/A1 haalt de bal op en sluit achteraan in het rijtje. Je loopt je bal achterna. 


Het tempo is natuurlijk zelfbepalend en kan opgevoerd worden. Moeilijker maken door de speler B ergens anders te laten passen, zodat speler A moet richten naar de korf. Andere optie: Speler A gooit op een moeilijkere plek in het veld. 


  • Trainer speelt de bal in en 1 speelster geeft een pass. 
  • SV loopt in en speelt bal naar buiten. 
  • Hier wordt aangevallen. 
  • Na aanval ga je blokken. 
  • Daarna bal halen en bij trainer in de bak en weer omlopen en achteraan sluiten.

speel de bal bovenhands(achtig)

  • houd te allen tijde de handen BOVEN het hoofd
  • vang de bal
  • armen 'inveren'
  • en recht omhoog gooien/spelen door armen te strekken
  • afwisselen boven en onderhands

Bokkie springen. Eerste start als bok, tweede er overheen, ook in bok enz.

  • groepje van 4-6
  • kies van te voren een woord van +- 6 a 7 letters (bv serveren)
  • eerste serveert op een plek in het veld
    • eventueel een aantal matten of hoepels neerleggen
  • de anderen moeten op dezelfde plek serveren
    • 1e doet ook gewoon mee
  • lukt dit niet dan krijgen ze een letter
  • als je het hele woord hebt ben je af
    • eventueel bh tegen de muur spelen oid
  • opnieuw met iemand anders als eerste

er loopt een passer en die krijgt de opdracht naar de genoemde plek te gaan. (afhankelijk van het aantal.)

Blok verdedigen met duik

- 1 blokkeert eerst op midden en dan op linksvoor
 - na blok omdraaien en verdedigt aanval van 3 terug
- daarna verdedigt (in duik) korte bal van 5
- 2 is de volgende
Doordraaien: - 1 naar korte bal
 - 3 naar blokkering
 - 5 naar aanval


Variatie:

twee verdedigers positie 1 2.

1 blokt draait om krijgt een geslagen bal vanaf positie 4.



Trainer gooit bal aan naar aanvaller. Deze smasht de bal in het andere veld waar 3 verdedigers staan om de bal te verdedigen. Een 4 speler staat als sv bij het net. Deze probeert de bal eerst te blokken.

Na verdedigen zelf aanval opbouwen. Daarna een volgende bal. Na 10 keer komt er een andere aanvaller.

Drietallen. Per drietal heb je twee ballen. Bal 1 moet gespeeld worden en bal 2 moet overgegooid worden. Wanneer dit goed gaat, kan je bal 3 nog in het spel brengen. 

conditie kracht

- 4 a 5 spelers op de achterlijn
- bij A: push-ups   10 x
- bij B:Blokkeren  10 x snel huppen
- bij C:zijwaarts tussen 3 meterlijn 10 x
- bij D: sit-ups 20 x


In deze oefening staan zijn positie 4 en 7 niet bezet. Rechtsvoor staat sv.

Accent in deze oefening:

- pass, blok en sv

- probeer door te spelen en varieer aanvalsballen: smash, gat in het midden of op de lijnen spelen links en rechts (achterin is lastig omdat er geen mis-achter is die de bal kan verdedigen.

Trainer speelt hoge bal achterin                   

Pass naar SV

Set up

Aanval

Trainer speelt naar 1 of 2

Set up naar de ander

Blok zetten 

Erachter verdedigen

No image

Blokkeerder moet kijken naar de aanvaller

- C geeft setup over het net naar aanvaller 1 
- blokkeerder 2 moet kijken naar de aanvaller wanneer hij moet blokkeren
- 3 , 4 en 5 verdedigen
- 1 haalt eigen bal en 6 is volgende aanvaller
- na 5 keer wisselen

Variatie: 2 blok


- C valt diagonaal aan op 3 en 4

- 1 na blok aanval (2 doet niet mee ivm aantal speelsters)

- 3 en 4 verdedigen, spelverdeler komt in

- set-up naar 1 of 3, aanval naar 3 verdedigers. 1 mag achter of op mid aanvallen - vooraf afspreken

- deze verdedigen voor zichzelf en leggen de bal in de bak

- na aantal ballen speelsters wisselen van positie (liefst op eigen positie)

Variaties:

1. 1, 2 en 3 kunnen bal terugspelen/aanvallen op de helft van '3 en 4' 

2. Opdracht aan aanvaller 1 en 3 om bal op bepaalde positie te spelen (bijv. tik in het midden of achterin het veld)


3 tegen 4

  • Twee passers,
  • Rijtje met serveerders, 
    • na je serve ren je onder het door om de bal af te vangen.
  • De afvanger gaat passen, 
  • Passer gaat serveren.

9 hoepels neerleggen; 3x3

Twee teams, de teams moeten naar de hoepels rennen en dan hun spullen neerleggen. Het team dat als eerste drie op een rij heeft, heeft gewonnen. 

Twee gelijke teams maken. Ze moeten de bal 10x naar elkaar overgooien. de tegenpartij mag de bal afpakken of wegslaan. Lukt het om de bal 10x over te gooien, dan krijgen ze een punt. 

Het trainen van ritme en cadans voor de spelverdeler.

Uitleg van de oefening:
Deze oefening is handig voor spelverdelers die ritme en cadans in hun set-ups willen krijgen. Op deze manier krijgen de spelverdelers heel veel balcontact en mogen ze lekker veel set-uppen.

De buitenspeler gaat passen. De middens, het liefst drie, komen van linksvoor in, slaan de bal en draaien op rechtsvoor er weer in. De volgende is rechtsvoor, gaat naar links, et cetera. Deze spelers draaien van bovenaf gezien 8-jes. De coach brengt de ballen in en kan zo het tempo bepalen.

Natuurlijk kun je later de middens laten passen en gaan buitenspeler rocken. Door eerst in te komen van links dan vanaf rechts. Natuurlijk kunnen de middens later passen en de buitenspeler ‘rocken’ door eerst vanaf links in te komen en dan vanaf rechts.

Duur van de oefening:
10-15 min

In tweetallen eerst lekker fanatiek inspelen.

Daarna:

  • 2 tallen en verplaatsen
  • 1 speelt bovenhands naar 2
  • 2 speelt bovenhands terug en verplaatst afwisselend 3 meter naar 
  • links of rechts en gaat terug naar de uitgangs positie
  • 1 speelt de teruggespeelde bal direct links of rechts van 2
  • wisselen na 2 minuten
  • VARIATIE: 2 speelt onderhands


  • 4 valt rustig aan op 3 over het blok van 1 en 2 
  • 3 pass op SV
  • 1 draait na blok om en valt aan op midden
  • 4 blokt
  • 2 en 3 aanvalsdekking.
  • variatie:   idem op links ;    idem op rechts

Deze oefening is leuk om te doen en geeft een hoop lol en competitie! Estafettes in het algemeen zorgen natuurlijk al voor competitie.

Wat deze oefening ook wil nabootsen is de stressfactor die een service met zich meebrengt.


De spelers worden in gelijke teams verdeeld en in rijtjes opgesteld op de serveerplaats van dezelfde speelhelft. De eerste speler van een team serveert en haalt zelf zijn bal op. Nadat de volgende speler is aangetikt, gaat deze serveren, enz.


Het is zaak voor een speler om snel te serveren, maar het moet ook foutloos, want anders moet de bal worden opgehaald en moet opnieuw worden geserveerd!


Als de teams klein zijn, dan is het wel leuk om iedereen twee of drie keer te laten serveren.


  • trainer gooit bal aan
  • Bal pass naar trainer
    • speler loopt naar net, 
    • maakt een aanvalssprong, 
    • gaat net onderdoor maakt een blok, 
    • duikt daarna naar achterlijn
    • Loopt in sprint terug 
    • en sluit achter aan
    • variatie: teruglopen met kruispas, e.a. passen
    • variatie: trainer serveert rustige bal. verder idem maar nu met afvanger
  • Volgorde:
    • pass, 
    • speler loopt naar net en gaat de bal afvangen, 
    • geeft de bal aan trainer, 
    • rent naar achterlijn, 
    • tikt deze aan, met sprint weer achteraansluiten
    • variatie: met bovenhandse bal

variatie 1: OH achterlijn (in 1x)

Variatie 2: BH achterlijn (in 1x)

Variatie 3: in 3en

Wedstrijdje

De kinderen koppen de bal over zo kunnen ze merken dat de bal op de goede plek moet komen op het hoofd anders gaat de bal de verkeerde kan op. Zo geld het ook namelijk voor de handen.


  • Sla op de bal met dominante hand
    • losse open hand
  • laat 2 keer de grond raken
  • dan controleren met andere hand en weer slaan
  • nu met 1x grond raken
  • 3 a 4 spelers, 1 bal, heel veld
  • Net naar beneden en dan wedstrijdje over het net de bal slaan
  • Andere probeert te vangen
  • De bal mag 1 keer stuiteren en dan probeert de ander te vangen (mag ook direct vangen)
  • Na vangen gooien naar medespeler en weer smashen
  • Als de bal niet gevangen wordt en 'in' is heb je een punt
  • test
  • spelers serveren
  • trainers lopen rond met een bal en gooien random ballen naar spelers
  • zodra speler geserveerd heeft moet deze klaar staan om een eventuele bal van een trainer te verwerken.
  • gaat hier alleen maar ok direct klaar staan na de service
  • 4 spelers in 'kom' opstellling
  • trainer gooit bal op achterspeler
  • LA passt => RV komt in te spelverdelen => RA beweegt naar RV om achterover setup aan te vallen
  • RA passt => LV komt in te spelverdelen  => LA beweegt naar LV om achterover setup aan te vallen
  • als bal over het net is 'draait' men weer terug naar de kom

In 2 tallen tegenover elkaar:

  • 3 ballen hooghouden waarbij je maar 1 bal tegelijk in je hand mag hebben.
  • 4 ballen hooghouden waarbij je maar 1 bal tegelijk in je hand mag hebben.
  • In totaal 3 ballen, waarbij 1 bal tussendoor gegooid wordt en beide 1 ‘eigen’ bal hebben. Voordat je de gegooide bal vangt, gooi je je ‘eigen’ bal omhoog, vangt de gegooide bal, gooit deze weer terug en vangt je ‘eigen’ bal. Enzovoort.
  • 1 bal bovenhands spelen, 1 bal stuiteren tussendoor via grond.
  • 1 bal bovenhands spelen, 1 bal overschieten over grond.
  • 1 bal onderhands spelen, 1 bal rollen met gestrekte armen over grond.
  • Mag 3x voorjezelf
  • Geen bonuspunten voor 3x spelen
  • normaal serveren
  • half veld
  • antenne in midden vh met
  • achterlijn op ongeveer 3 m
  • met deze oefening leren ze:
    • slim, kort, steekballetjes etc te spelen
    • in en uit goed inschatten
    • zelf verantwoordelijk!
  • je moet meteen na serveren naar voren, anders ligt de bal vlak over het op de grond
  • je traint vooruit achteruit bewegen en na spelen direct positie innemen! Leg hier nadruk op

Doel van de oefening is :

  • bal achterin spelen
  • na servicxe direct naar voren


  • 2 teams van 2
  • spelers mogen alleen in het voorste gedeelte van het veld staan en bewegen
    • tenzij je serveert: dat gebeurt gewoon vanaf de achterlijn
    • serveerder moet dus direct na de service naar voren lopen
  • achterveld telt wel mee, maar mag je dus niet komen als speler
  • dus wanneer de bal in het achterveld gespeeld wordt, telt dit als punt
    • in voorveld uiteraard ook gewoon
  • (wellicht moet het veld niet door de helft, maar de lijn meer naar achteren...)



  • hang een zeil/kleed over het net
  • en potje volleyballen maar
  • eventueel : king of court
  • We spelen op de twee buitenste velden
  • in het middelste veld staat een pion in het midden van het veld,
  • aan beide kanten van het net.
    • Spelers spelen een wedstrijd waarin de bal in één keer over het net gespeeld moet worden.
    • Als je de bal gespeeld hebt skip je zijwaarts richting de pion, tikt hem aan en sluit achteraan in de rij.
      • (als de groep groter is dan drie kan het worden uitgebreid met een blok zetten en dan achterwaarts  naar de pion)
    • Als je de bal op de grond weet te krijgen bij de tegenstander vlak bij de zijlijn (trainers scheidsrechteren of het dichtbij genoeg is) moet de tegenpartij een rondje lopen om het veld van de tegenstander.

De trainer staat aan de ene kant van het net, de kinderen aan de andere kant van het net in een rijtje achter de achterlijn.
De eerste van de rij komt telkens het veld in en voert de oefeningen uit.

  • Op 2 bovenarmen met handen in de nek laten stuiteren en vangen.
  • Door benen laten stuiteren, omdraaien en vangen.
  • Op 2 bovenbenen met sprong laten stuiteren en vangen.
  • Op 2 wreven met sprong laten stuiteren en vangen.
  • Op schouder laten stuiteren en vangen.

Deze oefening traint het hoog spelen

  • hang de netten hoog
  • kijk of de groep gesplitst moet worden in klein en groot
  • overspelen met zijn 2-en over een hoog net.
  • de bal moet dus goed omhoog gespeeld worden
  • virtuele cirkel met diameter van 2m om elke speler
  • speler speelt de bal BH voor zichzelf HOOG op
  • laat de bal 1x stuiteren binnen de cirkel
  • en weer BH hoog

Bal moet hoog want anders stuit ie niet genoeg op.

2-tallen , 1 bal

  • iedereen speelt individueel bal BH tegen muur boven een lijn
  • spelers tellen elkaar
  • score bijhouden
  • telt voor club van 100 BH
  • doe deze oefening ongeveer 10 minuten

Image title


Met de onderstaande oefening train je op effectieve wijze je buikspieren door het bovenhands gooien van een volleybal.

  • Ga op de vloer liggen met gebogen knieën.
  • Houd de bal vast met twee handen en breng je armen (zover mogelijk ) gestrekt achter je hoofd. Dit is ook gelijk de startpositie van de oefening.
  • Kom met zowel je armen als je bovenlichaam gelijkmatig omhoog om de bal zo ver mogelijk te werpen. Het is belangrijk tijdens deze beweging de spieren in je buik maximaal aan te spannen.
  • Deze oefening kun je 8 tot 16 keer herhalen in 1 t/m 3 sets.

Allemaal iets voor 3 meter lijn staan met een bal. Gooi bal voor je zelf op iets voor je slagschouder. Laat bal vallen en dan valt hij op de lijn. Gebeurt dit dan is opgooi goed.

Speler staat met emmer boven het hoofd bij het net, mag wel beetje verplaatsen maar niet bukken. Trainer staat op achterlijn met rijtje spelers met bal naast zich. Trainer gooit bal willekeurig in het veld en speler toetst bal in de emmer. Steeds moeilijker maken.

Trainer gooit bal over het net en speler vangt:

  • Onderhands
  • Bovenhands
  • Zittend
  • Ligt en laat bal op de billen vallen
  • 2 tallen met 1 bal.
  • 1 serveert halverwege het veld.
  • De ander ligt op zijn buik en gaat snel staan om te toetsen
  • Toetst 1x voor zichzelf gaat dan zelf serveren.
  • Serveerder slaat niet op de bal, Toetser moet zelf timen.
  • Mag bovenhands
  • Allemaal 1 bal en op de zijlijn staan
    • al toetsend naar de andere zij lijn verplaatsen.
  • Idem
    • 3x toetsen
    • klap je in je handen
    • 3x toetsen
    • etc
  • Idem
    • 3 x toetsen
    • tik de grond aan
    • 3 x toetsen
    • etc
  • 2 meter van het net en rustig naar elkaar toe serveren.
  • Opgooi is belangrijk.
  • Voetenstand: links voor rechts (RB) 
  • 2 handen de lucht in, 1 raakt de bal vol en de ander wijst naar de bal.
  • Rij 1 spelers klaar  om bal te stoppen
  • Rij 2 spelers achter trainer
    • Voorste duwt trainer bal in de hand en sluit aan in rij 1
  • Trainer rolt bal en speler uit rij 1:
    • Stopt de bal met rechterhand
    • Stopt de bal met linkerhand
    • Stopt de bal met de voet
    • Rent erom heen en gaat voor de bal zitten en bal tussen de benen laten rollen
    • Rent er om heen en gaat voor de bal liggen en houdt de bal stil met gestrekte armen
  • Hoog tempo!
  • Bokkesprong  
  • Hiermee oefen je de aanloop.
  • RH : Links, remstap met rechts, sluit aan met links en erover.
  • Andersom voor LH.
  • trainer gooit de bal naar middenspeler
  • Deze passt naar SV
  • SV geeft setup
  • Aanvaller speelt bal SLIM over het net
    • dus vlak obver het net
    • OF achter in het veld in de hoeken
  • OPTIE: de nieuwe spelverdeler roept HOEPEL (=fout) of GOED (= goed) na de slimme bal van de aanvaller
  • Aanvaller haal de bal en legt deze bij trainer (in de bak)
  • Iedereen draait steeds 1 plek door (loopt achter eigen bal aan)
  • Leg eventueel hoepels (= tegenstanders) neer waar ze niet moeten spelen
  • Steeds aanwijzingen geven
  • 3 teams van 3 
  • op iedere helft staat 1 team 
  • het andere team staat reserve 
  • bij een punt is het doorwisselen, team dat heeft gewonnen blijft staan andere team wisselt.
  • 2x rennen
  • 2x zijwaarts
  • 2x kruispas
  • 2x hakken-billen
  • 2x knieheffen
  • 10/15 tellen buikspieren/armspieren
  • 15 sit-ups
  • 5/10 pus-ups

2 of 3 tegen elkaar sprinten. Wie wint is klaar.

- Buikspieren 1 minuut (navel in de grond drukken)

- omgekeerd opdrukken, vingers richting rug plaatsen 15x 

- 60 sec. planken (rechte rug)

- 15 x Zwemmen

- Opdrukken 20 x 

- Squat 10x

De bal moet tussen de 7 en de 9 of binnen de 3 vallen.

De bal tussen de 7 en de 9 moet wel met snelheid en druk, dus niet met een boogje.

Diepe bal rechtdoor slaan, of van 1 naar 1

Als laatste opdracht 5 ballen tussen 7 en 9 en 5 ballen tussen net en 3, tellen hoeveel ballen goed.
 Image